Rb. Amsterdam 8 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2000
In 2014 heeft een tentoonstelling plaatsgevonden in het Allard Pierson Museum (APM) waarvoor het APM objecten in bruikleen had gekregen van musea op de Krim (de Musea). In de hoofdzaak vorderen de Musea afgifte van de objecten en verweert het APM zich met het standpunt dat de Musea en de Staat Oekraïne (Oekraïne) beide aanspraak maken op de objecten. In de onderhavige incidenten vorderen Oekraïne en de Staat der Nederlanden (de Staat) te mogen tussenkomen in de hoofdzaak. De rechtbank heeft de vordering van Oekraïne toegewezen nu Oekraïne meent dat hij eigenaar is van de objecten en Oekraïne aldus een eigen belang heeft. De vordering van de Staat tot tussenkomst is afgewezen nu hij de tussenkomst slechts wenst om mogelijke voor de beslissing relevante aspecten naar voren te brengen om een goede toepassing van het Internationale recht te verzekeren. Dit is niet een doel van de vordering tot tussenkomst. De Staat kan wel door het openbaar ministerie een conclusie laten nemen als bedoeld in artikel 44 Rv om zijn standpunt naar voren te brengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl