Rb. Amsterdam 9 september 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:6028

Deurwaarderskortgeding. Een Amerikaanse onderneming legt ten laste van de Staat Irak executoriaal beslag onder een aantal Nederlandse ondernemingen. De deurwaarder maakt melding van het beslag aan de Minister van Veiligheid en Justitie. Die zegt de deurwaarder aan dat de beslagen zijn gelegd in strijd met volkenrechtelijke verplichtingen van Nederland en moeten worden opgeheven. De beslaglegger weigert de beslagen op te heffen. De deurwaarder start een kort geding. Onderzocht wordt of Irak afstand heeft gedaan van immuniteit van executie en wat de bestemming van de beslagen vorderingen is; commercieel of publiek. De feiten om dat te kunnen beoordelen liggen in het domein van de Staat Irak, die zich in stilzwijgen hult. Dat stilzwijgen dient niet in zijn voordeel te werken. De gevolgen van de aanzegging van de Minister worden geschorst totdat in een door Irak en/of Nederland aanhangig te maken bodemprocedure wordt beslist dat de schorsing ongedaan moet wordt gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken