Rb. Amsterdam 2 mei 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2409
Methode die er op is gericht om een werknemer bij wie loonbeslag is gelegd een deel van het onder loonbeslag geïncasseerde terug te geven is onaanvaardbaar. Deze methode houdt het volgende in: tussen de werknemer bij wie loonbeslag is gelegd en UW Advies wordt een vaststellingsovereenkomst in een notariële akte vastgelegd waarmee executoriaal beslag wordt gelegd waardoor de beslagen op het loon van de beslagene cumulatief worden. De eerste en oudste beslaglegger dient de tweede beslaglegger dan mee te laten delen in de netto-opbrengst van het beslag. Van het door de tweede beslaglegger maandelijks te ontvangen bedrag uit de beslaglegging houdt zij 20% in, met een minimum van € 95,-- per maand. De overige ontvangen gelden gaan naar de beslagene die als gevolg daarvan een hoger besteedbaar inkomen heeft. De deurwaarder heeft in de vorm van een deurwaarderskortgeding de vraag aan de voorzieningenrechter voorgelegd of hij tot verdeling van de opbrengst van het loonbeslag moet overgaan. De voorzieningenrechter oordeelt dat de deurwaarder zijn ministerie dient te weigeren. Hij acht de constructie tussen een tweede beslaglegger en beslagene niet toelaatbaar, enerzijds omdat de notariële akte op grond waarvan beslag is gelegd vals is en de daarin vastgelegde vaststellingsovereenkomst nietig is, anderzijds omdat dit ook de belangen van derden (derde en opvolgende beslagleggers) kan schaden. De deurwaarder van de eerste beslaglegger hoeft de netto-opbrengst van het loonbeslag dan ook niet te delen met de tweede beslaglegger.
De uitspraak op rechtspraak.nl