Rb. Amsterdam 15 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1915
Terugvordering in het kader van de Wet Participatiebudget (WPB). Bij de beoordeling van het geschil stelt de rechtbank voorop dat de wetsgeschiedenis van de WPB aanknopingspunten bevat voor een strikte benadering van de jaarlijkse verantwoording waarbij de rechtmatigheid van de besteding van het budget uiterlijk op 15 juli van het daarop volgende jaar moet zijn aangetoond. Verweerder heeft een gerechtvaardigd belang bij het verbinden van consequenties aan het door B&W niet tijdig naleven van de verplichting om tijdig en gecertificeerd een financiële verantwoording van baten en lasten volgens de SiSa-systematiek aan te leveren. Verweerders onderzoeksplicht naar de juistheid van de aangeboden gegevens strekt niet verder dan gevallen waarin sprake is van een kennelijke fout in de verantwoording, zoals evidente misslagen. In de onderhavige zaken is echter geen sprake van een kennelijke fout. De accountants van eisers hebben immers terecht onzekerheden gerapporteerd. Verweerder heeft terecht vastgehouden aan 15 juli 2011 als uiterste datum voor inlevering van de verantwoording. Gezien de strikte verantwoordingssystematiek heeft verweerder de gerapporteerde onzekerheden terecht als onrechtmatige bestedingen aangemerkt en was verweerder op grond van artikel 4, tweede lid, van de WPB gehouden om over te gaan tot terugvordering. Beroepen ongegrond. In één zaak is het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat de beroepstermijn is overschreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl