Rb. Amsterdam 25 februari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1532
Ongeldigverklaring rijbewijs vanwege ongeschiktheid door alcoholmisbruik door het CBR (verweerder). Verzoek voorlopige voorziening afgewezen en beroep ongegrond; kortsluiting. Vrijwillige medewerking aan onderzoeken. Geen schending nemo tenetur beginsel ex art. 6 EVRM. Het CBR heeft de psychiatrische onderzoeken aan de ongeldigverklaring ten grondslag mogen leggen. Geen schending art. 8 EVRM; inbreuk op het privéleven was gerechtvaardigd omdat die inbreuk bij wet was voorzien en noodzakelijk was in een democratische samenleving. Geen schending art. 6 EVRM; de ongeldigverklaring is geen ‘criminal charge’. Toetsing aan Engel-criteria. De ongeldigverklaring is niet reeds vanwege de zwaarte van de maatregel een punitieve sanctie. Dit kan niet worden ontleend aan het Nilsson arrest, waarin het EHRM in verband met het ingeroepen ne bis in idem beginsel een uitgebreider toetsingskader hanteerde. In dat arrest was, anders dan in dit geval, de ongeldigverklaring een direct en voorzienbaar gevolg van een strafrechtelijke veroordeling. Verder is niet gebleken dat specifieke omstandigheden maken dat vanwege de zwaarte sprake is van punitieve sanctie. Geen schending van art. 1 Eerste Protocol bij EVRM; gerechtvaardigde inbreuk op ongestoord genot van eigendomsrecht. Geen schending van art. 2 Vierde Protocol bij EVRM; verzoeker kan zich door alternatieve vervoersmogelijkheden ook na een ongeldigverklaring vrijelijk verplaatsen in Nederland. . De Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 biedt verweerder geen ruimte om lichtere maatregel op te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 8:83 Awb
- Artikel 8:86 Awb
- Artikel 8 WVW
- Artikel 130 WVW
- Artikel 131 WVW
- Artikel 133 WVW
- Artikel 2 REG 2000
- Artikel 8 Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
- Artikel 27 Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 7 EVRM
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden