Rb. Amsterdam 19 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:7677
Schorsing en inhouding bezoldiging van een politieagent. Uit de gedingstukken blijkt dat verweerder ten tijde van het nemen van het primaire besluit beschikte over een omvangrijk disciplinair onderzoek jegens eiser, uitgevoerd door verweerders bureau BV&I. Uit dit onderzoek komt naar voren dat eiser vermoedelijk betrokken is bij gedragingen die door verweerder als ernstig plichtsverzuim kunnen worden aangemerkt, waaronder schending van de op eiser rustende geheimhoudingsplicht. Op grond van deze informatie kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat verweerders voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag op onvoldoende gronden berustte. Verweerder kon eiser daarom schorsen op basis van het Besluit algemene rechtspositie politie. Voorts is de rechtbank van oordeel dat verweerder bij het bestreden besluit in ruim voldoende mate rekening heeft gehouden met de financiële situatie van eiser. De inhouding van een derde gedeelte van eisers bezoldiging is daarom eveneens niet onrechtmatig. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl