CRvB 5 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1561

Schorsing en de gedeeltelijke inhouding van de bezoldiging. De bevindingen van het fiscale onderzoek vormden voldoende grondslag voor het voornemen tot strafontslag. De staatssecretaris mocht in redelijkheid gebruik maken van zijn bevoegdheid om gedurende de schorsing de bezoldiging gedeeltelijk in te houden. Ontslag. Appellant heeft met betrekking tot een aanzienlijk deel van de door hem opgevoerde (verhoogde) hypotheekschuld niet aangetoond dat deze is aangewend voor de eigen woning, ondanks dat hem diverse malen is verzocht om zijn stelling dat dit wel het geval is met bewijsstukken te staven. Appellant heeft onjuiste aangiften gedaan en dit levert ernstig plichtsverzuim op. De staatssecretaris heeft de gedragingen van appellant terecht als toerekenbaar plichtsverzuim aangemerkt. De opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag is niet onevenredig te achten aan de aard en de ernst van het plichtsverzuim.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen