Rb. Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:1294
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van: medeplegen van het door beloften en het verschaffen van middelen en inlichtingen opzettelijk uitlokken van moord; medeplegen van voorbereiding tot moord; medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; poging om een ander door beloften en door het verschaffen van middelen en inlichtingen en door bedreiging te bewegen een moord te begaan; medeplegen van poging om een ander door beloften en door het verschaffen van inlichtingen te bewegen een moord te begaan; het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen misdrijven. De rechtbank verklaart verdachte daarvoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van dertig jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ3412, BZ0392, 1289, 1290,1291,1292, 1295, 1296)
De uitspraak op rechtspraak.nl