Rb. Amsterdam 18 augustus 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5357
Heineken beticht Olm van bierfraude. Volgens Heineken vult Olm bierfusten en kelderbierinstallaties in Heinekencafés met Olmbier en wordt dat Olmbier als ware het Heinekenbier verkocht. Of er daadwerkelijk sprake is van een grootschalige fraude zoals Heineken doet vermoeden en of Olm hiervan een verwijt kan worden gemaakt, dient hoofdzakelijk in de bodemprocedure te worden beoordeeld. Hierop vooruitlopend heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam op vordering van Heineken geoordeeld dat Olm merkinbreuk pleegt door Heinekenfusten na te vullen met Olmbier. Tevens heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat Olm onrechtmatig handelt jegens Heineken door het navullen met Olmbier van zogenaamde kelderbierinstallaties die zich in Heinekencafés bevinden. Olm wordt op grond hiervan met onmiddellijke ingang verboden kelderbierinstallaties na te vullen met Olmbier. Daarnaast dient Olm te stoppen met het navullen van Heinekenfusten op een termijn van 30 dagen na de datum van dit vonnis. Ook moet Olm aan Heineken informatie verstrekken, onder meer over de hoeveelheid verhandelde Heinekenfusten gevuld met Olmbier sinds 1 april 2008.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 64 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 127a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 705 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 709 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1019a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1019i Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 5 Hnw
- Artikel 5:18 BW5
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:166 BW6
- Artikel 3:84 BW3
- Artikel 3:86 BW3
- Artikel 2.20 BVIE
- Artikel 2.22 BVIE
- Artikel 2.23 BVIE