Rb. Amsterdam 11 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR0599
Mediawet. Overtreding dienstbaarheidsverbod. EMI heeft het album “The look of love” met liedjes van Burt Bacharach, gezongen door Trijntje Oosterhuis uitgegeven. De omroepverenigingen kunnen gebruik maken van de studio van MCO en het Metropole-orkest. Radio Twee heeft toegestaan dat haar eigen - met publiek geld (voor)gefinancierde - rechten op het orkest en de studio zonder vergoeding door EMI zijn gebruikt voor de vervaardiging van het album. Dat MCO zelf met EMI een vergoeding is overeengekomen doet niet af aan de financiële waarde van de aanspraak van Radio Twee op de inzet van de studio en het orkest. Verder heeft EMI geen marktconforme vergoeding aan MCO betaald. Dit betekent dat EMI het gebruik van de studio en het orkest voor een lager bedrag dan de (normale marktconforme) kosten tot haar beschikking heeft gekregen, vooral door de bemiddelende en faciliterende rol van Radio Twee. Dit verschil in kosten is ten laste gekomen van de publieke middelen. Het dienstbaar zijn aan een commerciële derde door het spelen van een bemiddelende rol tussen EMI en MCO is niet toegestaan. De rechtbank is van oordeel dat Radio Twee zelf verantwoordelijk was voor het doorberekenen van een marktconforme vergoeding voor de inzet van het orkest en het gebruik van de studio. Verder is de single als primeur en paradeplaat gedraaid door Radio Twee. Dit ging direct vooraf aan de releasedatum van de single. Het album is uitgeroepen als Radio Twee week-CD, waarna het Radio Twee-launchconcert heeft plaatsgevonden en het album is uitgebracht. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat hieruit blijkt dat de presentatie van de single en het album en het uitbrengen daarvan, zorgvuldig op elkaar zijn afgestemd. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat één en ander niet uitsluitend berust op de artistieke keuze van Radio Twee. Door deze planning heeft Radio Twee concreet bijgedragen aan de promotie van het album en daarmee aan het maken van winst door EMI. Hierbij is voorts van belang dat Radio Twee, door het verstrekken van de merklicentie aan EMI voor het gebruik van het logo van Radio Twee op het hoesje het album, een eigen commercieel belang had bij de verkoop (en marketing/promotie) van het album en daarmee bij de te behalen winst door EMI. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat vooromschreven handelen van Radio Twee niet kan worden aangemerkt als normaal economisch handelen en dat voldoende aannemelijk is dat Radio Twee EMI hiermee in staat heeft gesteld om een meer dan normale winst te behalen. Dit is strijdig met het dienstbaarheidsverbod.
De uitspraak op rechtspraak.nl