Rb. Amsterdam 5 januari 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BK9117
EAB Polen, post-Wolzenburg, artikel 6 lid 5 OLW, geen vijf jaar verblijf. De rechtbank overweegt allereerst dat zij – evenals de officier van justitie - het toetsingsmoment van deze vijfjaar-termijn stelt op vijf jaar teruggerekend vanaf de (definitieve) uitspraak van de rechtbank in de overleveringszaak, in casu 5 januari 2010. De opgeëiste persoon dient derhalve aangetoond te hebben dat hij sedert 5 januari 2005 vijf jaar rechtmatig en ononderbroken in Nederland verblijft. Voor de onderbouwing van het ononderbroken verblijf acht de rechtbank een inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie in beginsel leidend. Indien een opgeëiste persoon stelt in Nederland te hebben verbleven terwijl hij niet is ingeschreven in de GBA, kan het verblijf evenwel ook met andere stukken worden onderbouwd, mits voldoende concreet en objectief. Nu de opgeëiste persoon korter dan vijf jaar ononderbroken in Nederland heeft verbleven en om die reden niet aan de materiële voorwaarden voor een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd voldoet, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van de mate van integratie en geworteldheid. Deze eventuele omstandigheid noch de wens om de toekomst in Nederland op te bouwen, is in zoverre dan ook niet relevant voor de beoordeling en kan naar het oordeel van de rechtbank evenmin worden gelezen in het arrest Wolzenburg.
De uitspraak op rechtspraak.nl