Rb. Amsterdam 18 november 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BK7536
Incidentele vordering tot zekerheidsstelling voor proceskosten door de Republiek Irak De Republiek Irak stelt zich op het standpunt dat zij wel woonplaats of gewone verblijfplaats heeft in Nederland, nu zij een ambassade heeft in Den Haag en die als nevenvestigingsplaats kan worden aangemerkt. De rechtbank overweegt dat een executerende gerechtsdeurwaarder slechts bevoegd is om op te treden op het grondgebied van Nederland, waartoe de ambassade – ten gevolge van haar volkenrechtelijke immuniteit – niet wordt gerekend. Deze volkenrechtelijke immuniteit – en het feit dat hiervan geen afstand is gedaan – brengt derhalve met zich mee dat de Republiek Irak zekerheid dient te stellen zoals bedoeld in artikel 224 Rv.
De uitspraak op rechtspraak.nl