Rb. Amsterdam 16 oktober 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BK0955
Tussenvonnis. Eiseressen hebben aan hun vordering tot voortzetting van de contractuele relatie met Kia primair ten grondslag gelegd dat de op 8 mei 2009 gesloten overeenkomst niet rechtsgeldig op 31 juli 2009 is geëindigd. Daarin heeft de voorzieningenrechter eiseressen niet gevolgd. Subsidiair hebben eiseressen hun vordering gebaseerd op het door Kia gewekte vertrouwen dat eiseressen ook na 31 juli 2009 Kia reparateur zouden zijn. Ook hieraan is de voorzieningenrechter voorbij gegaan. Daarmee is doorslaggevend voor de beslissing geworden of Kia met de standaard Kia reparteurovereenkomst in strijd handelt met artikel lid 1 EG-verdrag en artikel 82 EG-verdrag dan wel de mededingswet en of daaruit een contracteerplicht voor Kia volgt. In dat kader heeft de voorzieningenrechter bij tussenvonnis de NMA als amicus curiae vragen gesteld en de zaak in afwachting van een advies van de NMA pro forma aangehouden.
De uitspraak op rechtspraak.nl