Rb. Amsterdam 17 april 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2155

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 82 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, artikelen 3, eerste lid, en 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten. Ten laste van verdachte is primair bewezen verklaard dat hij samen met anderen ter zake van het bedrijfsmatig aantrekken van al dan niet op termijn opvorderbare gelden van het publiek heeft bemiddeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen