Rb. Almelo 10 januari 2011, ECLI:NL:RBALM:2011:BP0816
Afwijzing verzoek tot inschrijving in het tolkenregister beëdigde tolken en vertalers. Eiser is niet in zijn belangen geschaad doordat is verzuimd om aan te geven dat de Raad voor Rechtsbijstand het besluit krachtens mandaat van de Minister heeft genomen. Verweerder heeft eiser terecht niet ingeschreven nu eiser geen getuigschrift als bedoeld in art. 8, eerste lid, aanhef en onder a van het Besluit beëdigde tolken en vertalers (Bbtv) heeft overgelegd en evenmin conform art. 8, eerste lid, aanhef en onder b Bbtv heeft aangetoond dat hij anderszins voldoet aan de wettelijke competenties. Op grond van artikel 3 van het Besluit inschrijving Rbtv kan de Raad voor Rechtsbijstand indien voor een vaardigheid en/of talencombinatie, c.q. geen toets beschikbaar is, in uitzonderlijke gevallen een verzoek tot inschrijving voorleggen aan de Commissie beëdigde tolken en vertalers. Daartoe heeft verweerder in zijn beleid vier eisen gesteld. De rechtbank acht dat beleid redelijk. Ten tijde van het bestreden besluit voldeed eiser niet aan alle in het beleid opgenomen eisen. Verweerder heeft terecht de inschrijving geweigerd. Dat eiser hangende het beroep alsnog heeft aangetoond dat hij alsnog aan een aantal van die eisen voldoet kan, gelet op de ex tunc toets niet tot een ander oordeel leiden. Ten aanzien van het beroep op artikel 8 EVRM, recht op respect voor het privéleven, voor zover omvattend de mogelijkheid tot beroepsuitoefening, oordeelt de rechtbank dat dit niet zover strekt dat verweerder tot inschrijving over dient te gaan. Eiser kan zijn beroep wel uitoefenen nu hij wel op de Uitwijklijst is geplaatst.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 10:10 Awb
- Artikel 2 Wbtv
- Artikel 3 Wbtv
- Artikel 5 Wbtv
- Artikel 8 Besluit beëdigde tolken en vertalers
- Artikel 3 Regeling aanwijzing bewerker en mandaat register beëdigde tolken en vertalers
- Artikel 4 Regeling aanwijzing bewerker en mandaat register beëdigde tolken en vertalers
- Artikel 8 EVRM