Rb. Almelo 10 januari 2007, ECLI:NL:RBALM:2007:AZ6193
Aanspraak op melkquotum, pacht en erfpacht 1. Zijn de aanspraken verpachter op melkquotum overgegaan van pacht naar erfpacht? Pacht en erfpacht zijn verwante rechtsfiguren, die beide het eindig gebruik van grond regelen. Waar het gaat om de rechten op een melkquotum en de eventuele overdracht daarvan, dient geen onderscheid te worden gemaakt tussen pacht en erfpacht. Dat impliceert derhalve dat erfpacht op gelijke voet dient te worden behandeld als pacht, onder meer waar het gaat om de regel dat het quotum de grond volgt, derhalve ook in een geval van erfpacht. De oorspronkelijke pachtrelatie is in goed overleg tussen partijen per 5 januari 1993 omgezet in een erfpachtrelatie. Het gebruik van de grond, die bepalend is geweest voor het oorspronkelijk aan Pachter toegekende melkquotum, is door Pachter zonder enige onderbreking voortgezet. 2. Aanspraak verpachter op BOSO-melkquotum. Beschikking Superheffing Bedrijfsopvolgingssituaties Onderbezetting van 16 mei 1986. Waar het gaat om een toekenning op grond van de BOSO wordt niet uitgegaan van een ander peiljaar, het jaar 1983 blijft het relevante peiljaar. Het reguliere op basis van dat peiljaar te berekenen melkquotum wordt evenwel gecorrigeerd door met de achteraf vast te stellen onderbezetting aan standplaatsen rekening te houden. Die onderbezetting is dan een gevolg van de investeringen die tussen 1 september 1981 en 1 maart 1984 zijn aangegaan ten behoeve van uitbreiding van het aantal standplaatsen. De heffingsvrije hoeveelheid is dan gelijk aan de eerder toegekende heffingsvrije hoeveelheid vermeerderd met een hoeveelheid berekend volgens de formule: het aantal onderbezette standplaatsen minus 10% vermenigvuldigd met 5.500 kg, het geheel nog verminderd met het geldende kortingspercentage. In geval van toekenning op grond van de BOSO wordt derhalve niet gekeken naar de totale melkproductie in een (ander) referentiejaar, maar wordt van een fictieve melkproductie uitgegaan van 5.500 kg per onderbezette standplaats. Het staat vast dat door Pachter ten tijde van toekenning van het reguliere melkquotum grond van Verpachter werd gepacht en dat na overname van de grond en de pachtrechten van M. in 1983 (dus binnen de genoemde BOSO periode) ook de extra hoeveelheid van Verpachter verworven pachtgrond door Pachter is gebruikt voor uitoefening van zijn melkveebedrijf. Aldus is die grond in genoemde periode dienstbaar geweest aan dat melkveebedrijf. De onderhavige situatie onderscheidt zich in zoverre derhalve niet van de meer gangbare situatie waarin het quotum is toegekend op basis van de melkproductie in een bepaald referentiejaar en welk quotum op grond van vaste jurisprudentie aan de bijgepachte grond moet worden toegerekend indien die grond ten behoeve van de melkproductie bij de pachter in dat betreffende referentiejaar in gebruik is geweest (vgl. Pachtkamer Gerechtshof Arnhem, 27 december 1994, Agr 1995/4771; 24 juni 1997, Agr. 2000/5008; 9 juni 1998, Agr. 2000/5035; 28 december 2004, Pachtrechtspraak 5/2005).
De uitspraak op rechtspraak.nl