Rb. Alkmaar 26 januari 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BV2327

Proceskostenvergoeding bezwaarfase. Plaatsing in andere functie. Stopzetting van de betaling van de bezoldiging. Afwijzing verzoek om schadevergoeding. Terugvordering onverschuldigd betaalde bezoldiging. Verleende disciplinaire straf van ontslag. Proceskostenvergoeding bezwaarfase: De werkwijze en besluitvorming van verweerder heeft eiseres gedwongen tot het inroepen van rechtshulp waarmee een meer dan normale tijdsbesteding was gemoeid. Verweerder heeft een redelijke inschatting gemaakt van de werkelijk gemaakte kosten die eiseres voor de behandeling van haar bezwaar heeft moeten maken. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat hierop de toegekende proceskostenvergoeding in de voorlopige voorzieningenprocedure niet in mindering kan worden gebracht. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. Disciplinaire straf van ontslag: Aan de disciplinaire straf van ontslag heeft verweerder als plichtsverzuim ten grondslag gelegd het niet nakomen van de verplichting als bedoeld in artikel 49c, eerste lid, aanhef en onder c, van het Barp (re-integratieverplichting). De rechtbank stelt vast dat voor de beoordeling van de in geding zijnde situatie met ingang van 1 december 2004 een specifieke regeling in het leven is geroepen, neergelegd in artikel 94, eerste lid, aanhef en onder j, van het Barp. Verweerder heeft niet gemotiveerd, waarom - in afwijking van voornoemde, specifiek op de onderhavige situatie toegesneden regeling - voor het meest bezwarende middel (een disciplinair strafontslag) is gekozen. De rechtbank is niet gebleken van (extra) omstandigheden die daarvoor een rechtvaardiging kunnen geven. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen