Rb. Alkmaar 23 maart 2006, ECLI:NL:RBALK:2006:AW2869
De RC heeft de inverzekeringstelling onrechtmatig verklaard omdat tijdens het politieverhoor geen contact tussen advocaat en verdachte is toegelaten en de advocaat bij het verhoor is geweigerd. De RC heeft overwogen dat de invrijheidstelling van verdachte dient te volgen doch beveelt rauwelijks de bewaring. Nu de RC aldus heeft beslist, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een beschikking als bedoeld in artikel 59a, vijfde lid, Sv., waartegen ingevolge artikel 59c, eerste lid, Sv. hoger beroep voor de officier van justitie open staat. Door te beslissen als in de bestreden beslissing is de RC naar het oordeel van de rechtbank getreden buiten het kader waarbinnen de rechtmatigheidstoetsing zich beweegt, te weten de vrijheidsbeneming in enge zin. Het optreden van de autoriteiten is ten onrechte in de beoordeling betrokken en derhalve kon aan dat optreden niet de consequentie van de invrijheidstelling van verdachte worden verbonden. Hoger beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl