Conclusie A-G Harteveld 16 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:402
Conclusie AG. Begrip “voorwerpen” a.b.i. art. 10a.1 aanhef en onder 3 Opiumwet. Dit begrip is niet beperkt tot lichamelijk zaken. Het beschikbaar stellen van een ruimte (een onroerende zaak) teneinde mogelijk te maken dat daar drugs wordt verhandeld c.q. vervaardigd kan zowel onder art. 10a.1 aanhef en onder 2 Opiumwet als onder art. 10a.1 aanhef en onder 3 Opiumwet worden geschaard. Het hof heeft het vonnis van de Rb waarin het huren van een bedrijfspand/opslagruimte als het voorhanden hebben van voorwerpen is bewezenverklaard derhalve kunnen bevestigen. De voorgestelde bewijsklacht faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De uitspraak op rechtspraak.nl