Conclusie A-G Pauwels 20 oktober 2023, ECLI:NL:PHR:2023:943

Bijlage ECLI:NL:PHR:2023:979 Art. 17(4) Wet WOZ. Vervangingswaarde. Hotel in aanbouw. Hoe moet met de component omzetbelasting worden omgegaan bij de waardering op vervangingswaarde op grond van art. 17(4) Wet WOZ? Uitleg overeenkomstig of in afwijking van uitlatingen in de wetsgeschiedenis? De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van een hotel in aanbouw op grond van art. 17(4) Wet WOZ vastgesteld op de vervangingswaarde inclusief omzetbelasting. Het Hof heeft geoordeeld dat de vervangingswaarde moet worden vastgesteld exclusief omzetbelasting, omdat belanghebbende (de eigenaar) de aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting in aftrek kan brengen. A-G Pauwels concludeert dat de rechtsklacht van het college tegen het oordeel van het Hof faalt, omdat het Hof is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting. In de bijlage bij zijn conclusie zet de A-G uiteen dat voor de behandeling van de component omzetbelasting bij de waardering op vervangingswaarde op grond van art. 17(4) Wet WOZ bepalend is de subjectieve omzetbelastingpositie van de eigenaar. Dit brengt mee dat bij de vaststelling op de vervangingswaarde buiten beschouwing moet blijven de ter zake van vervangingskosten in rekening gebrachte omzetbelasting voor zover de eigenaar die omzetbelasting in aftrek kan brengen. De andersluidende maatstaf in uitlatingen die zijn gedaan in de wetgeschiedenis, is volgens de A-G niet leidend bij de uitleg van art. 17(4) Wet WOZ, omdat de uitleg op basis van de (duidelijke) wettekst, wetsystematiek en jurisprudentie prevaleert boven de uitleg op basis van die uitlatingen. Volgens de A-G is het cassatieberoep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken