Conclusie 17 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:78
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Definitie en reikwijdte van de wettelijke term ‘raadsman’ a.b.i. art. 530, tweede lid, Sv. Het oordeel van het gerechtshof dat onder het begrip “de kosten van een raadsman” in art. 530, tweede lid, Sv ook moeten worden begrepen de kosten van door een derde, niet zijnde een advocaat, beroepsmatig verleende bijstand in een procedure bij de kantonrechter getuigt volgens de PG van een onjuiste rechtsopvatting.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Arnhem-Leeuwarden 24 oktober 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10734
- Rb. Zeeland-West-Brabant 3 juni 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7505
- Rb. Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2584
- Rb. Gelderland 24 februari 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:1141
- Hof Amsterdam 8 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2437
- Hof Arnhem-Leeuwarden 6 mei 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:4454
- HR 5 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:295
- Hof Amsterdam 1 februari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:256
- HR 22 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2649
- HR 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2756
- HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5566
- Rb. Alkmaar 7 november 2011, ECLI:NL:RBALK:2011:BU3530
- HR 25 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0749
- HR 25 november 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9584
- HR 9 juni 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC0901
- HR 10 oktober 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC1625
- HR 13 februari 1951, ECLI:NL:HR:1951:25
- HR 14 november 1932, ECLI:NL:HR:1932:258
- HR 4 februari 1929, ECLI:NL:HR:1929:368