Conclusie A-G IJzerman 28 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:193
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de informatiebeschikkingen opgelegd aan een geliquideerde Curaçaose NV. Was deze opgehouden te bestaan naar het recht van Curaçao? Is dienaangaande de belastingrechter of de civiele rechter tot oordelen bevoegd? Bezwaar en beroep tegen de informatiebeschikkingen mogelijk ondanks einde bestaan van belanghebbende? Vernietiging van de informatiebeschikkingen wegens einde bestaan? Voortdurende zaakwaarneming door de voormalige vereffenaar? Het betreft het beroep van de Staatssecretaris tegen de uitspraken van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 november 2020, nrs. 17/01187 t/m 17/01202, ECLI:NL:GHARL:2020:9536, en samenhang. Belanghebbende is in 2004 opgericht als NV naar het recht van Curaçao. In 2014 zijn de activiteiten van belanghebbende verkocht. Conform het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid te Curaçao, een verklaring van de Kamer van Koophandel en Nijverheid te Curaçao en een mededeling in de Curaçaosche Courant van 31 juli 2015, is belanghebbende op 23 juli 2015, na in liquidatie te zijn getreden, opgehouden te bestaan, wegens een door de vereffenaar al spoedig vastgesteld gebrek aan baten. De Inspecteur heeft belanghebbende bij brief van 15 februari 2016, geadresseerd aan de voormalige vereffenaar, zijn vermoeden kenbaar gemaakt dat belanghebbende mogelijk belastingplichtig is (geweest) voor de Nederlandse vennootschapsbelasting, omzetbelasting en kansspelbelasting. De Inspecteur heeft een verzoek gedaan om inzage in de volledige administratie van belanghebbende over de periode van oprichting tot en met 2015. Ook zijn vragen gesteld op grond van artikel 47 van de AWR om vast te kunnen stellen of belanghebbende inderdaad is opgehouden te bestaan. Nadat niet tijdig aan de informatieverzoeken van de Inspecteur was voldaan, heeft de Inspecteur aan belanghebbende belastingaanslagen opgelegd en heeft voor die belastingaanslagen informatiebeschikkingen vastgesteld. Na vergeefs bezwaar heeft de Rechtbank ten aanzien van de beroepen inzake de informatiebeschikkingen overwogen dat nu de bezwaren en beroepen zijn ingediend op naam van belanghebbende voor een niet-ontvankelijkverklaring geen plaats is, dat belanghebbende niet meer bestond en dat de informatiebeschikkingen dus moesten worden vernietigd. De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft overwogen dat het antwoord op de vraag of de bezwaren tegen de informatiebeschikkingen terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard door de Inspecteur en zo nee, of de informatiebeschikkingen dienen te worden vernietigd, afhangt van het antwoord op de vraag of belanghebbende naar Curaçaos recht is opgehouden te bestaan. Dit was volgens het Hof het geval, zodat aan belanghebbende geen informatiebeschikkingen meer konden worden opgelegd. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. In het eerste middel van de Staatssecretaris wordt er als eerste over geklaagd dat het niet aan de belastingrechter was te oordelen over het juridische voortbestaan van belanghebbende, maar dat de uitkomst had moeten worden afgewacht van de daarover lopende Curaçaose civiele procedure, strekkende tot verklaring voor recht van het (voortdurende) juridisch bestaan van belanghebbende als NV. De A-G meent daarentegen dat de belastingrechter daarover zelf een oordeel moest geven. In de tweede klacht wordt geklaagd over ’s Hofs uitleg van het geldende recht voor het ophouden van het bestaan van een Curaçaose vennootschap. De A-G gaat na hoe dit aldaar geregeld is, om te komen tot de conclusie dat belanghebbende na liquidatie is opgehouden te bestaan. Aangezien ook de als derde aangevoerde motiveringsklacht geen doel treft, faalt het eerste middel in zijn geheel. In het tweede middel wordt gesteld dat het Hof heeft miskend dat belanghebbende wel aan haar informatieplicht kon voldoen, nu het Hof de bezwaren ontvankelijk heeft geacht vanwege de door de voormalige vereffenaar en/of de voormalige aandeelhouders toegepaste 'zaakwaarneming'. De A-G begrijpt dit middel aldus dat het zo zou zijn dat als aan een voormalige vereffenaar en/of voormalige aandeelhouders rechtsingang toekomt tegen aansprakelijkstelling, daaruit zou volgen dat zij gehouden zijn als zaakwaarnemer voort te gaan, in casu door het verstrekken van inlichtingen namens de vennootschap. De A-G meent daarentegen dat de door de Hoge Raad met het oog op rechtsbescherming - om een geliquideerde vennootschap niet zonder fiscale rechtsbescherming te laten - gegeven mogelijkheid dat onder andere voormalige vereffenaars bezwaar en beroep kunnen instellen tegen een door de Inspecteur aan een geliquideerde vennootschap achteraf opgelegde fiscale verplichtingen, tot het instellen van rechtsmiddelen beperkt is. Dat impliceert niet de verplichting voor voormalige vereffenaars om anderszins door te gaan na de rechterlijke vaststelling dat de vennootschap heeft opgehouden te bestaan. Aldus faalt ook het tweede middel. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van de Staatssecretaris ongegrond dient te worden verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 25 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 79 RO
- Artikel 39 Statuut
- Artikel 26 AWR
- Artikel 26a AWR
- Artikel 47 AWR
- Artikel 49 AWR
- Artikel 52 AWR
- Artikel 52a AWR
- Artikel 2:19 BW2
- Artikel 2:23c BW2
- Artikel 2:31 BW2
- Artikel 2:32 BW2
- Artikel 2:33 BW2
- Artikel 2:34 BW2
- Artikel 36 IW
- Artikel 6:198 BW6
- Artikel 6:201 BW6
- Artikel 3:40 BW3
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 24 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1238
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9536
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9538
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9540
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9542
- Rb. Gelderland 25 oktober 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:5460
- Rb. Gelderland 25 oktober 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:5461
- Rb. Gelderland 25 oktober 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:5462
- Rb. Gelderland 25 oktober 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:5463
- HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2560
- HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1234
- HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:248
- HR 2 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1063
- HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:948
- HR 11 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX9762
- HR 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN9461
- HR 10 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF7181
- HR 27 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD5467
- HR 21 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU4548
- HR 9 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU7728