Conclusie A-G Keulen 2 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:503
Medeplegen mensenhandel door gedurende drie weken een kwetsbare, verstandelijk beperkte vrouw in de prostitutie te laten werken (art. 273f.1.1 en 273f.1.4 Sr). Klachten o.m. t.a.v. vordering b.p. (inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden) en omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. V.zv. middel klaagt dat hoogte van door hof geschatte materiële schade van b.p. niet begrijpelijk is omdat hof daarbij is uitgegaan van 15 gewerkte dagen in de periode van 24 oktober 2015 t/m 13 november 2015 terwijl b.p. in die periode gedurende enkele dagen door ongesteldheid niet zou hebben gewerkt, faalt het. De mogelijke juistheid van die omstandigheid brengt immers op zichzelf niet mee dat resultaat van schatting van schade - gebaseerd op door verdediging in h.b. niet weersproken uitgangspunten, neerkomend op een gemiddeld inkomen van € 500 per week - niet begrijpelijk is. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. CAG: anders t.a.v. vordering b.p.. Samenhang met 19/04336, 19/04378 en 19/04337.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/04507
Zitting 2 maart 2021 (bij vervroeging)
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
1 De verdachte is bij arrest van 20 september 2019 door het Gerechtshof Amsterdam wegens ‘mensenhandel, terwijl het in artikel 273f, eerste lid onder 1° van het Wetboek van Strafrecht omschreven feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en mensenhandel, terwijl het in artikel 273f, eerste lid onder 4° van het Wetboek van Strafrecht omschreven feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’ veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27(a) Sr. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2 Er bestaat samenhang met de zaken 19/04336, 19/04337 en 19/04378. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. R.J. Baumgardt, mr. P. van Dongen en mr. S. van den Akker, advocaten te Rotterdam, hebben twee middelen van cassatie voorgesteld. Namens de benadeelde partij heeft mr. A. Koopsen, advocaat te Alkmaar, een verweerschrift ingediend.
4 Het eerste middel klaagt dat de bewezenverklaring niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, althans in strijd is met (hetgeen het hof heeft vastgesteld in) een aantal gebezigde bewijsmiddelen. Derhalve zou de bewezenverklaring onvoldoende met redenen zijn omkleed.
5 Alvorens ik het middel bespreek geef ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en ’s hofs bewijsoverweging weer, alsmede delen van de pleitnota die de raadsvrouw van de verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft voorgedragen en overgelegd.
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen, bewijsoverweging en onderdelen pleitnota
6 Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
‘zij in de periode van 24 oktober 2015 tot en met 13 november 2015, te Ridderkerk, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer] , telkens door misleiding en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie,
- heeft gehuisvest, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van voornoemde [slachtoffer] en
- voornoemde [slachtoffer] heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard dan wel handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten dat voornoemde [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard,
immers heeft zij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) wist(en) dat voornoemde [slachtoffer] zwakbegaafd was en/of geen woonruimte (meer) had en/of schulden had en/of dat voornoemde [slachtoffer] een klein sociaal netwerk had
- voornoemde [slachtoffer] gebracht naar een woning, alwaar zij prostitutiewerkzaamheden moest verrichten en
- naaktfoto's en seksueel getinte foto's van voornoemde [slachtoffer] gevraagd aan een mededader en gemaakt en advertenties voor voornoemde [slachtoffer] aangemaakt voor plaatsing en geplaatst op een of meer sekssite(s) onder een andere naam en
- voor voornoemde [slachtoffer] een werktelefoon geregeld en
- bijgehouden wat de prostitutieinkomsten waren van voornoemde [slachtoffer] en
- voornoemde [slachtoffer] bewogen seksuele handelingen met klanten te ondergaan en
- voornoemde [slachtoffer] in de gaten gehouden.’
7 Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen en met toevoeging van nummering):
‘1. Een proces-verbaal informatief gesprek mensenhandel met [slachtoffer] , (…) van 19 oktober 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer] vertelt dat zij door man (het hof begrijpt: haar man) geestelijk en lichamelijk mishandeld werd en dat ze al 6 jaar loopt bij de GGZ. Er is borderline geconstateerd. Zij slikt ook medicatie, antidepressiva en tegen psychoses. [slachtoffer] heeft vaak zelfmoordpogingen gedaan. Het IQ van [slachtoffer] is 75. Zij is bij haar man weggegaan. Via de politie is [slachtoffer] geplaatst in een Blijf van mijn Lijfhuis in Amsterdam. Via Badoo had [slachtoffer] een jongen leren kennen. Het contact met deze jongen is verder gegaan via Skype. Zij heeft die jongen ontmoet en zij is met hem meegegaan naar zijn woning. Daar heeft zij ook seks met hem gehad. Die jongen had gevraagd waar zij woonde. [slachtoffer] had aangegeven dat zij in de opvang zat. Ook hadden zij een gesprek over financiën. Die jongen gaf aan dat hij haar wel kon helpen “God heeft hem gestuurd dus hij was haar engel”. Die jongen zei dat hij haar zou helpen. Die jongen heet [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4] ). Hij vroeg of zij op de Wallen wilde werken. [slachtoffer] gaf aan dat zij dat niet wilde. Die jongen gaf aan dat hij dan wel voor een site kon zorgen. [slachtoffer] begreep het niet. [slachtoffer] had verteld dat zij een schuld had van 2.500,- euro. Die jongen vertelde dat hij een vriendin had, [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zou een site voor haar maken. Ze zijn bij [medeverdachte 1] geweest. [medeverdachte 1] had de site al klaar. Dat was [internetsite 1] . Er moesten alleen nog foto’s op. Zij hebben foto’s gemaakt. [medeverdachte 4] heeft ook foto’s gemaakt.
De foto’s zijn gemaakt met de iPad van [slachtoffer] . Dat waren naaktfoto’s. [slachtoffer] heeft die foto’s niet gezien. De foto’s zijn bij [medeverdachte 1] thuis gemaakt in een slaapkamer. Zij stond als “ [naam] ” op die site.
[slachtoffer] gaf aan dat zij het allemaal niet begreep. [medeverdachte 1] vertelde haar dat zij met klanten naar bed moest. De klanten zouden dat haar ook wel vertellen. [slachtoffer] wilde dat niet. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] zeiden dat zij de enigen waren die haar konden helpen. [slachtoffer] had een schuld en op deze manier kon zij geld verdienen. De volgende dag nadat [medeverdachte 4] de naaktfoto’s had gemaakt, had [slachtoffer] al een klant. [slachtoffer] begreep het niet. Maar er was tegen haar gezegd dat zij het moest doen omdat er nu een site was en er klanten op reageerden. Ze heeft haar ID-kaart aan [medeverdachte 4] gegeven. Deze heeft zij later wel teruggekregen omdat [slachtoffer] had aangegeven dat zij dingen moest regelen. [slachtoffer] moest lang werken. Zij begon om 11 uur en werkte soms tot 22:00 uur. Om 23.00 uur moest ze terug zijn in de Blijf Groep. [slachtoffer] heeft het moeilijk om bij de politie te zitten omdat zij [medeverdachte 1] ook als vriendin ziet. Zij heeft ook goede dingen gedaan. Zij kreeg ook eten en drinken. Zij kreeg van haar geld voor de OV en ook zakgeld. [slachtoffer] moest er zelf wel om vragen.
Als [slachtoffer] moest werken was [medeverdachte 4] er altijd bij. Hij bleef dan in de kamer zitten en [slachtoffer] ging met de klant naar de slaapkamer. [medeverdachte 4] kreeg het geld van de klant. Als [medeverdachte 4] er niet was dan was [medeverdachte 1] er, en dan kreeg [medeverdachte 1] dat geld. Via de app kreeg [slachtoffer] te horen dat zij naar [medeverdachte 1] moest komen omdat er een klant was. Soms had zij 1 klant op een dag maar soms ook 4. [medeverdachte 4] zorgde altijd voor condooms. 60,- euro voor een half uur, 20,- euro erbij voor pijpen zonder condoom. 100,- euro voor een uur en voor 20,- euro erbij ook pijpen zonder condoom. Na iedere klant had [slachtoffer] een huilbui.
[slachtoffer] heeft altijd klanten gehad in de woning van [medeverdachte 1] . Omdat [slachtoffer] een crisisplaats had moest zij de Blijf Groep verlaten. [medeverdachte 1] had toen gezegd dat [slachtoffer] dan tijdelijk bij haar kon wonen zodat zij vanuit de woning van [medeverdachte 1] een andere woning kon zoeken. [slachtoffer] is op 5 oktober 2015 bij [medeverdachte 1] gaan wonen. Op 7 oktober 2015 is zij door haar vader opgehaald in Amsterdam.
[slachtoffer] vertelde dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] zeiden dat zij beste vrienden waren. Volgens [slachtoffer] waren zij meer. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] sliepen samen. [slachtoffer] begreep dat niet want volgens [medeverdachte 4] was [slachtoffer] zijn vriendin. [medeverdachte 4] zei altijd: “Jij bent bij mij.” [medeverdachte 4] raakte [slachtoffer] nooit aan. Als [slachtoffer] zei dat zij het raar vond dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] samen sliepen dan werd er gezegd dat zij dingen zag die er helemaal niet waren.
[slachtoffer] vertelde ons, verbalisanten, dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] wisten van haar problematiek. [slachtoffer] had namelijk de rapportage over haar laten lezen aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . [slachtoffer] vertelde dat toen zij de eerste klant had, niet precies wist wat zij moest doen. Hij heeft 60 euro aan [slachtoffer] betaald. [slachtoffer] heeft die 60 euro aan [medeverdachte 4] gegeven.
[slachtoffer] heeft haar vader geappt en gevraagd of hij haar wilde komen ophalen. [slachtoffer] is toen weggegaan bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] .
Er is ook nog via de mail van de vader van [slachtoffer] geprobeerd geld te krijgen. Dat was [medeverdachte 1] die zich voordeed als de maatschappelijk werkster van [slachtoffer] .
Aan het einde van het gesprek heeft [slachtoffer] nog verteld dat er met haar bankpas veel geld is gepind door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . Zij hadden haar bankpas.
2 Een proces-verbaal verhoor getuige, [slachtoffer] (…) van 18 december 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [slachtoffer] en voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:
V: Hoe weet je dat hij [medeverdachte 4] heet?
A: Omdat ik dat vraag.
V: Heb je wel eens iets gezien met zijn naam?
A: Nee, maar ik vertrouw hem.
V: Wat heeft hij jou verteld over zichzelf?
A: Bepaalde dingen. Hij heeft wat foute dingen gedaan maar het gaat erom hoe hij nu is en nu is hij heel goed voor mij.
V: Weet hij dat jij hier bent?
V: Ja.
V: Heeft hij je gebracht?
A: Ja.
V: Waar is hij nu?
A: Ik denk een rondje lopen. Hij haalt me zo weer op.
V: Wij weten dat de site is aangemaakt op 31 augustus 2015. Wanneer heb je de eerste keer seks gehad met een klant?
A: 2 a 3 dagen daarna.
V : Waar was dat?
A: Bij [medeverdachte 1] in de woning. Ik had geen andere plek dan bij haar.
V: Wie heeft de advertenties opgewaardeerd?
A: Dat was [medeverdachte 1] .
V: Hoe laat begon je met werken en hoe laat eindigde je?
A: Van 11.00 uur tot 23.00 uur.
V: En was je dan gewoon in de woning van [medeverdachte 1] ?
A: Ja.
V: Waar had je seks met de klanten?
A: Gewoon bij [medeverdachte 1] , in de slaapkamer.
V: Wie was er in de woning als jij klanten had?
A: [medeverdachte 1] was er meestal.
V: Aan wie betaalden de klanten geld?
A: De klant betaalde aan mij en ik legde het geld op tafel neer.
V: We hebben informatie dat jij niet de enige bent geweest die de telefoon opneemt. Dus dan denk ik dat [medeverdachte 1] heeft opgenomen of [medeverdachte 4] .
A: Ik weet wel dat ik wel eens heb opgenomen. Een paar keer.
V: Maar hoe gaat dat dan? Hoe weet je dan dat er een klant komt, behalve die paar keer dat je zelf de telefoon hebt aangenomen?
A: Dan vroeg ik hoe laat er een klant kwam en dan zei zij dat.
V: Wie is zij?
A: [medeverdachte 1] .
V: Maar hoe weet jij wat je met de klant moet doen?
A: Dat vraag ik aan de klant zelf.
V: En dat geld?
A: Dat krijg ik daarvoor en leg ik op tafel. Na de klant ligt het er nog. En daarna geef ik het aan een van hun.
V: Wie is dat?
A: [medeverdachte 4] of [medeverdachte 1] .
V: Want meestal was er wel iemand aanwezig?
A: Ja, [medeverdachte 4] of [medeverdachte 1] was aanwezig.
V: Waren die er altijd?
A: Ja, altijd waren [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] aanwezig. Voor de veiligheid.
V: En waar zaten die dan?
A: In de woonkamer.
V: Oké, dan geef je het dus aan hun en wat gebeurt er dan met het geld?
A: Dat weet ik niet.
V: En heb je het daarna nog gezien dan?
A: Nee.
V: Wat kreeg jij dan van het geld wat zij bewaarden?
A: Wat ik nodig had. Verzorgingsspullen, kleding. Zoals make-up, shampoo. Dat soort dingen.
V: Dus al dat geld dat jij hebt verdiend legde jij op tafel en werd gepakt door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] . Jij hebt het in ieder geval niet gekregen. Behalve voor make-up, kleding en dat soort dingetjes.
A: Ja.
V: Welke rol had [medeverdachte 4] ?
A: Hij zou mijn bankzaken regelen en zag dat er geld werd afgehaald. Hij zag dat er iedere keer heel veel geld werd afgehaald en werd daar boos om. Hij wilde weten waar het heenging. Maar dat moest ik van [medeverdachte 1] steeds pinnen en een smoes voor [medeverdachte 4] verzinnen.
V: Maar pinde jij of [medeverdachte 1] van jouw rekening?
A: Ik meerdere malen zelf en de laatste keer heeft [medeverdachte 1] het gedaan. Om daarmee de taxi te betalen en 100 euro op te nemen.
V: Wist zij jouw pincode?
A: Ja. En mijn bankpas had zij uit mijn tas gehaald voor ik wegging. Dat was 7 oktober dat mijn vader mij ophaalde uit Amsterdam. Van die taxi zag ik later op mijn bankafschriften. Ik had alleen een privételefoon. De werktelefoon had [medeverdachte 1] .
V: Dat betekent dat [medeverdachte 1] werd gebeld door de klanten, zij maakte de afspraken en ze kreeg het geld. Klopt dat?
N: Getuige knikt bevestigend met haar hoofd.
V: Maar [medeverdachte 1] was niet de enige, [medeverdachte 4] was er ook bij. Dus die kreeg ook dat geld. Klopt dat?
N: Getuige knik bevestigend met haar hoofd.
V: En dat geld wat jij aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hebt gegeven kreeg jij nooit?
A: [medeverdachte 4] bewaarde het voor mij. Maar [medeverdachte 1] ging ermee weg.
V: Werk je nu ook in de prostitutie?
N: Getuige kijkt naar beneden en knikt bevestigend.
V: Waar? In Rotterdam?
N: Getuige knikt bevestigend.
V: Wat krijg je dan?
A: Ik krijg kleding als het nodig is. Ik eet en drink alles. Als ik iets vraag krijg ik het.
V: Maar hoe kom je dan aan een adres in Rotterdam? Via [medeverdachte 4] ?
N: Getuige knikt bevestigend.
V: En is dat een vriendin van [medeverdachte 4] waar je nu woont?
N: Getuige knikt bevestigend.
V: Wat wil jij nou straks in je leven. Wat is je droom? Niet dit toch?
A: [medeverdachte 4] vroeg ook aan mij wat voor doel ik in mijn leven had en wat ik wilde bereiken. Ik zei toen tegen [medeverdachte 4] dat ik nagelstyliste wilde worden. Toen zei hij eerst een huis, de schulden afbetalen en dan gaan we dat regelen.
V: wij wisten niet van Rotterdam maar hadden wel onze vermoedens. Die [medeverdachte 3] die ik steeds aan de lijn heb, die heeft jouw telefoon. Of gebruikt het telefoonnummer wat jij mij hebt gegeven om je te bereiken? Wie is dat? Is dat je vriendin? Dat is een vriendin van [medeverdachte 4] ?
A: de getuige knikt bevestigend.
V: hoe heet die vriendin van [medeverdachte 4] ?
A: [medeverdachte 3] (fonetisch). De achternaam weet ik niet
3 Een proces-verbaal verhoor aangever, [slachtoffer] , (…), van 19 december 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [slachtoffer] en voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:
V: We willen graag weten of je aangifte wilt doen.
A: Ik vind het heel moeilijk, maar ik doe het wel.
V: Want tegen wie doe je aangifte [slachtoffer] ?
A: [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] in Amsterdam. In Rotterdam waren het [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] (fonetisch).
V: Je hebt in Amsterdam als prostituee gewerkt he, waar was dat?
A: [b-straat] , het nummer weet ik niet meer.
V: Wat deed je met het geld dat je van de klanten kreeg?
A: Dat gaf ik aan [medeverdachte 4] .
V: [slachtoffer] , weet je hoeveel klanten je per dag kreeg?
A: Soms 3, 4, soms meer, soms niks.
V: Moest je ook dingen doen die je liever niet wilde doen op seksgebied?
A: Anaal.
V: Wat was de rol van [medeverdachte 1] ?
A: Fraude en ze nam ook het geld en ging daarmee dingen doen.
V: Je bent op een gegeven moment ook in Rotterdam geweest, wat deed je daar voor werk?
A: Prostitutie.
V: Wie waren daar bij betrokken?
A: [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . Ik heb ergens anders gewerkt, in Ridderkerk. Is ook een huis van iemand. Voor [medeverdachte 3] heb ik in Ridderkerk gewerkt. Ik was bij mijn ouders. Toen de trein naar Rotterdam. Daar wachtte [medeverdachte 4] met een groepje vrienden. We zijn uit geweest. De volgende dag werd ik naar Ridderkerk gebracht door een andere man. Daar ben ik een maand gebleven.
V: Heb je [medeverdachte 4] in Ridderkerk gezien?
A: Ja. Hij kwam geld halen, 1x per week.
V: In Ridderkerk, bij wie woonde je daar?
A: Bij [verdachte] en [betrokkene 2] . Daar ben ik gedumpt. Dat had [medeverdachte 4] geregeld.
V: Hoezo gedumpt?
A: Ik wist daar niets van.
V: Wat deed je daar voor werk?
A: Hetzelfde.
V: Prostitutie?
A: Ja.
V: Wat was de rol van [verdachte] en [betrokkene 2] ?
A: De woning.
V: Wisten ze daarvan?
A: Ja.
V: Heb je wel eens iets geweigerd te doen met een klant?
A: Ik zei een keer dat ik niet lekker was en niet wilde werken. En toen zeiden [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] : Pep je op, want je hebt zo een klant.
4 Een proces-verbaal verhoor aangever, [slachtoffer] , (…) van 23 december 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 6] , (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [slachtoffer] en voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:
V: Op een gegeven moment ga je in de prostitutie werken. Heb je dat weleens eerder gedaan?
A: Nee.
V: Wanneer kwam dat onderwerp ter sprake?
A: Een dag nadat ik [medeverdachte 4] had ontmoet. Ik had hem verteld over mijn problemen. Dat ik schulden had door [betrokkene 5] . Hij vroeg wat ik er aan wilde doen. Ik zei alles. Hij vroeg ook of ik op de Wallen wilde werken maar dat wilde ik niet. Hij zei toen dat we gingen kijken wat we er aan konden doen.
V: En daarna?
A: Dezelfde dag of de dag daarna ben ik, samen met [medeverdachte 4] , naar [medeverdachte 1] gegaan. [medeverdachte 4] zei dat hij een vriendin had die wel dingen voor mij kon regelen. Ik weet dat er een website is gemaakt en dat daar foto’s voor gemaakt moesten worden.
V: Wat voor foto’s waren dat?
A: Naaktfoto’s.
V: Weet je nog welke websites in Amsterdam het waren?
A: [internetsite 1] en [internetsite 2] met de naam [naam] .
V: Wie heeft de advertentie geplaatst?
A: [medeverdachte 1] .
V: En voorbehoedsmiddelen?
A: Condooms. Die kocht [medeverdachte 4] voor mij.
V: Waar had je de seks in dat huis?
A: In de slaapkamer van [medeverdachte 1] .
V: Waar was [medeverdachte 4] dan?
A: In de woonkamer samen met [medeverdachte 1] .
V: Hoe weet je dat er een klant komt?
A: Dat hoorde ik van [medeverdachte 4] of [medeverdachte 1] .
V: Mannen bellen dan naar [internetsite 1] ?
A: Ze kijken op de website van [internetsite 1] en dan bellen ze zogenaamd mij maar dat is [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] nam de telefoon op.
V: Was jij daarbij?
A: Nee. Ik moest om 11.00 uur beginnen en dan belden ze om te vragen waar ik bleef en dat er klanten aan het wachten waren. Ik was daar tot 23.00 uur.
V: Nam [medeverdachte 1] ook de telefoon op als je daar in huis was?
A: Ja.
V: Hoe ging de betaling?
A: Vooraf. Ik zei dan dat ik mijn mond even ging spoelen maar dan bracht ik het geld naar [medeverdachte 4] in de woonkamer.
V: Gaf je het ook weleens aan iemand anders?
A: Aan [medeverdachte 1] als [medeverdachte 4] er niet. Dit was zelden.
V: Hoe ging jij met [medeverdachte 1] om?
A: Ik was een beetje bang voor haar. Als ik geld ging pinnen pinde ik ook voor [medeverdachte 1] omdat ik bang voor haar was.
V: Je bent weer naar je ouders gegaan maar op een gegeven moment kwam je weer in contact met?
A: [medeverdachte 4] . Ik heb eigenlijk altijd met hem geappt. Ik bleef hem appen omdat ik hem heel leuk vond. Vlak hierna appte [medeverdachte 4] mij dat hij een huis had gevonden. Toen zei hij dat deze woning voor mij was. Ik vroeg hem wat voor werk hij dan voor mij had en waar. Hij zei toen je moet niet teveel vragen stellen. Hij zei dat ik hem moest bellen dus ik belde hem. Hij was heel lief en zei dat hij werk voor me had en een huis voor me had gevonden. Hij zei dat we het verleden konden vergeten en verder konden gaan met de toekomst. Twee dagen later ben ik meteen naar Rotterdam gegaan. We zijn toen naar Zuidplein gereden. Daar zou ik nog iemand anders ontmoeten. Daar ontmoette ik [betrokkene 6] . We zijn naar zijn huis gegaan. Daar gingen [medeverdachte 4] en [betrokkene 6] praten over de financiën. [medeverdachte 4] heeft mij toen achtergelaten bij [betrokkene 6] . De volgende dag ben ik naar Ridderkerk gegaan.
V: Waarom ging je naar Rotterdam?
A: Omdat [medeverdachte 4] zei dat hij werk en een woning voor mij had in Rotterdam. Ik wist dat het ook prostitutiewerk was. Ik vroeg aan hem voor hoelang dit werk dan was maar daar gaf hij geen antwoord op dus ik dacht niet zolang.
V: Hoe zag jij dan je toekomst in Rotterdam?
A: Samen met hem.
V: Hoe zag je dat dan?
A: Dat ik samen met hem in een huis zou wonen. Dat ik zou werken voor de schulden, dat die opgelost waren en dat we als een koppel verder konden gaan.
V: Van Rotterdam ging je naar Ridderkerk. Door wie werd je gebracht?
A: Door [betrokkene 6] .
V: Wat vertelde [betrokkene 6] dan, wat hij ging doen?
A: Dat hij mij bij zijn zusje ging afzetten. Verder wist ik niet zoveel. Ik wist wel dat ik zou gaan werken. De eerste twee dagen heb ik niet gewerkt.
V: Hoe heette zijn zusje?
A: [verdachte] (fonetisch) en [betrokkene 2] . Zij waren heel relaxed. Ze zeiden je begint om 09.00 uur maar als je later wilt beginnen is dat goed. In het weekend hoefde ik niet te werken dan gingen we leuke dingen doen. Ze vroegen of ik wilde werken als ik ongesteld was en ik zei dat ik dat liever niet wilde en dat vonden ze oké. Van [medeverdachte 4] moest ik wel met een sponsje in werken, in Amsterdam, als ik ongesteld was.
V: Hoe zijn jullie naar Ridderkerk gegaan?
A: Met de bus. Ik weet niet welke bus. [verdachte] was heel relaxed, als ik ergens naar toe wilde kon ik gewoon gaan. Ik mocht dit alleen niet tegen [medeverdachte 4] zeggen omdat [medeverdachte 4] had gezegd tegen [verdachte] dat ik niet weg mocht.
V: Kunnen we erachter komen waar zij wonen?
A: Nee want ze zijn verhuisd, ik zou ook mee gaan verhuizen maar toen is [medeverdachte 4] mij komen ophalen. [medeverdachte 4] vond dat ze teveel geld eisten. Dat vond ik niet want ze vroegen alleen de huur van de kamer. Eten werd betaald en [verdachte] en [betrokkene 2] gaven mij ook gewoon geld. Het was niet veel maar ik kon wat van mezelf pakken zeiden ze. Ze zeiden dat ik lekker kon gaan shoppen en iets leuks voor mezelf moest kopen. Dit moest ik alleen niet tegen [medeverdachte 4] zeggen. Ik moest van [medeverdachte 4] hem altijd appen als ik een klant had, voor hoelang ik die klant had en hoeveel geld ik had gekregen.
V: Wat deed je met je verdiende geld?
A: Dat legde ik apart, dat deed [betrokkene 2] in een envelop en gaf het later aan [medeverdachte 4] .
V: Heb je enig idee hoeveel klanten je daar gehad hebt?
A: Niet heel veel. Ik denk een stuk of 20.
V: Hoelang heb je daar in de woning gezeten?
A: 25 oktober (het hof begrijpt uit de inhoud van de overige bewijsmiddelen: 24 oktober) tot en met 13 november. 13 november zijn we verhuisd naar Charlois, de [a-straat] .
V: In de woning daar zijn ook advertenties geplaatst?
A: Ja, volgens mij door [verdachte] . Op [internetsite 2] en [internetsite 1] met de naam [naam] . Ik weet niet welk telefoonnummer daar in stond.
V: Werd je zelf gebeld?
A: Ja, ik had een werktelefoon gekregen van [verdachte] . Dat had [medeverdachte 4] geregeld. Ik had zelf een eigen telefoon waar ik contact mee had met [medeverdachte 4] .
Ze hebben mij toen afgezet bij Dordrecht station. Ik had een afspraak met [medeverdachte 3] (fonetisch) daar om naar de Primark te gaan. [medeverdachte 3] was een vriendin van [medeverdachte 4] en zij moest op mij passen. [medeverdachte 3] moest in Ridderkerk al op mij passen van [medeverdachte 4] . Als [medeverdachte 4] niet te bereiken was of er waren problemen dan kon ik [medeverdachte 3] bellen. [medeverdachte 3] woont in Rotterdam dus zij was sneller bij mij dan [medeverdachte 4] .
V: Maar [betrokkene 2] en [verdachte] waren er toch?
A: [medeverdachte 3] was een hele goede vriendin van [medeverdachte 4] en hij vertrouwde haar meer dan [betrokkene 2] en [verdachte] . [medeverdachte 4] kende [betrokkene 2] en [verdachte] daarvoor niet eens.
5 Een proces-verbaal verhoor getuige/aangeefster, [slachtoffer] (…) van 1 februari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 7] , (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [slachtoffer] en voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:
V: De advertentie in Ridderkerk, wie heeft die gemaakt?
A: Dat was [verdachte] omdat [medeverdachte 4] dat aan haar gevraagd had. Ze hebben dit denk ik gedaan voor het geld. [medeverdachte 4] zei dat ze het geld in drieën moesten delen. Voor hun voor de huur en de advertenties, een deel voor mij en een deel voor [medeverdachte 4] . Het geld van mijn prostitutiewerk gaf ik aan [betrokkene 2] en die deed dat in envelop. Als [medeverdachte 4] kwam dan werd het geld verdeeld. [betrokkene 2] en [verdachte] kregen ook een deel van het geld. Ik ben er niet bij geweest toen er de eerste keer over onderhandeld werd. Ik begreep er toch niets van dus ik ben naar boven gegaan. In het huis stond een kast en daar deed ik het geld in en dan schreef ik dat op. Aan het einde gaf ik dat aan [betrokkene 2] en volgens [medeverdachte 4] was dat het enige wat ik hoefde te weten. Hij zei dat ik maar 2 dingen hoefde te doen. Positief denken en werken.
[betrokkene 2] heeft tegen mij gezegd dat [medeverdachte 4] een pooier is en dat ik zoveel geld moest verdienen. [verdachte] heeft dat ook altijd tegen mij gezegd.
6 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] van 3 maart 2016 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van de getuige [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
U vraagt mij te vertellen wat er is gebeurd. Hoe ik in contact kwam met [medeverdachte 4] . Ik zat in een Blijf van mijn Lijfgroep in Amsterdam. Ik kwam via een datingsite in contact met hem. Het klikte tussen ons en wij spraken af op Plein 40-45. Wij hebben wat gedronken en gegeten. Wij hebben toen een filmpje gekeken en toen heb ik seks met hem gehad. Met [medeverdachte 4] voelde het gewoon vertrouwd.
U vraagt mij te vertellen hoe het gaan werken in de prostituee is gegaan. Ik had veel schulden. Ik vertelde mijn levensverhaal tegen [medeverdachte 4] en hoe het verder is gegaan weet ik eigenlijk niet meer. Hij vroeg of ik misschien wilde werken op de Wallen. Ik zei dat ik dat niet wilde en hij had wel een andere oplossing. U vraagt wat de oplossing was. We zijn de volgende dag naar een vriendin van hem gegaan [medeverdachte 1] . Daar werden een website en foto’s gemaakt. Ik wist niet goed wat ik hiermee aan moest maar ik vertrouwde hem en dacht dat het wel goed zou komen. Ik wilde het niet maar hij zei dat het maar tijdelijk was.
U vraagt mij of de foto’s op [internetsite 1] zijn geplaatst. Ja, [internetsite 1] en [internetsite 2] . [medeverdachte 4] heeft de foto’s gemaakt.
Ik heb het met [medeverdachte 4] besproken maar hij zei dat ik het gewoon moest doen. U vraagt mij of hij ook vertelde waarom ik het moest doen. Ik moest twee dingen van hem: positief blijven en werken. U vraagt mij wanneer er bepaald werd dat ik moest werken. Dat gebeurde wanneer de telefoon ging. Ik nam niet de telefoon op, dat deed [medeverdachte 1] . Zij maakte de afspraken. De afspraak was dat ik niet op zondag werkte, maar dat werd al snel veranderd. Ik werkte tot 22:00 uur want ik moest voor 23:00 uur bij de Blijf van mijn Lijfgroep binnen zijn.
De klant betaalde mij en ik legde dan het geld op tafel en [medeverdachte 4] zou dat dan bewaren. Ik vertrouwde hem en hij zou mijn schulden betalen. U vraagt mij wat ik daarvan zelf kreeg. Niets. Af en toe zakgeld voor de bus. U vraagt mij waarom ik niet om mijn eigen geld vroeg, want ik werkte er voor. Ja, maar hij betaalde mijn schulden. U vraagt mij wanneer ik ontdekte dat hij niets van mijn schulden had betaald. Dat wist ik niet. Ik dacht echt dat hij mijn schulden betaalde, want daarvoor werkte ik.
U vraagt mij of hij een woning voor mij probeerde te regelen. Het was zo: eerst een woning, daarna schulden en dan liefde.
Ik was net weg bij mijn ex-man en ik zat in een blijf van mijn lijfgroep en ik was erg beïnvloedbaar. U vraagt mij wat [medeverdachte 4] hier van wist. Hij wist alles. Hij regelde mijn medicatie en gaf mij mijn medicatie.
U vraagt mij of [medeverdachte 1] de site deed en [medeverdachte 4] de foto’s. Klopt. Ik weet niet hoe het werkte. U vraagt mij of ik nog weet hoe dat ging. Ik ging in de kamer en [medeverdachte 4] maakte de foto’s. De foto’s in het dossier zijn gemaakt door [medeverdachte 4] . De foto’s zijn in Amsterdam gemaakt.
U vraagt of dit alleen vanuit het huis van [medeverdachte 1] was. Ja, dat klopt. U vraagt of er ook dagen waren dat er geen klanten waren. Nee. Ik ging ‘s morgens al naar [medeverdachte 1] .
U vraagt mij of ik kan vertellen hoe ik in Ridderkerk terecht kwam. Ik was in Rotterdam en [medeverdachte 4] kwam mij halen met een paar jongens. Ik wist niet wat er ging gebeuren. Ik werd samen met [betrokkene 6] ergens afgezet in Ridderkerk. [betrokkene 6] ging onderhandelen. Ik wist niet waar het over ging. Ik ben daar toen de nacht gebleven. Het klopt dat [betrokkene 6] de broer is van [verdachte] . U zegt mij dat ik ook in Ridderkerk als prostituee ben gaan werken en vraagt mij waarom. Omdat ik nog steeds verliefd was op [medeverdachte 4] en bij hem wilde zijn. Ik werkte van 09:00 uur tot 21:00. Er waren wel meer klanten. De prijs was het zelfde. Het ging om ongeveer 6 of 7 klanten per dag. Ik werkte daar vijf dagen in de week. Het weekend was ik vrij. Zij waren wel relaxed zeg maar. [medeverdachte 4] had gezegd dat als ik ongesteld was, ik moest doorwerken en er een spons in moest doen. [verdachte] vond dat niet goed. U vraagt mij hoe de betaling ging. Ik legde het in een laatje. Ik moest [medeverdachte 4] na elke klant appen en zeggen hoe lang het duurde. U vraagt mij of [verdachte] en [betrokkene 2] geld kregen. [medeverdachte 4] betaalde hun voor de huur. Het was mijn geld. Het geld werd gedeeld door drie. [medeverdachte 4] zou wat krijgen, [verdachte] , [betrokkene 2] en ik. Ik kreeg vaak wat van [verdachte] . Van [medeverdachte 3] had ik een keer 125 gekregen om kleren van te kopen. [verdachte] en [medeverdachte 3] kenden elkaar via [betrokkene 6] . U vraagt mij of het in Ridderkerk hetzelfde ging als in Amsterdam en Rotterdam. Deed je daar ook dingen tegen je zin. Ja, anaal. Dat is gewoon wat ik niet wilde. U vraagt mij of ik ook pijn had. Ja, anaal is gewoon pijnlijk. U vraagt mij of ik nog weet hoe lang de periode was in Ridderkerk. Ja, een maand ongeveer. U houdt mij voor dat het geld in de la lag. U vraagt mij wie het geld uit de la haalde. Ik gaf het aan [betrokkene 2] en die gaf het aan [medeverdachte 4] en [medeverdachte 4] verdeelde het geld.
U vraagt mij of ik in Ridderkerk niet opgesloten zat. Ik mocht van [medeverdachte 4] geen telefoon met internet, niet op facebook e.d.
Ik heb het geld wel vrijwillig afgestaan aan [medeverdachte 4] omdat hij mijn schulden zou aflossen. In Rotterdam was het normaal dat de klant het geld aan mij gaf en ik gaf het aan [medeverdachte 4] . In Ridderkerk deed ik het in de la en kwam hij het halen.
U vraagt mij of ik het gevoel had dat [medeverdachte 3] mij in de gaten moest houden. In Ridderkerk is al gezegd dat [medeverdachte 3] op mij moest letten dat zei [medeverdachte 4] al tegen mij. [medeverdachte 4] zei tegen mij: “ [medeverdachte 3] is er voor mij en als er wat is kun je het aan haar vragen”.
U houdt mij voor dat [betrokkene 2] de vriend was van [verdachte] . Klopt. Had je alleen maar contact met [betrokkene 2] of met [verdachte] ? Met alle twee. Ik legde het geld in de la. Heeft [betrokkene 2] dat tegen jou gezegd dat hij het aan [medeverdachte 4] gaf?
Hij zei altijd wanneer komt [medeverdachte 4] ? Het geld werd gewoon gedeeld. U vraagt mij waarom ik denk dat [betrokkene 2] het geld aan [medeverdachte 4] gaf? Omdat dat de afspraak was. U vraagt of ik erbij was bij het maken van de afspraak? [medeverdachte 4] gaf aan hoeveel iedereen kreeg. Iets met procenten, dat snap ik niet.
Kun je mij vertellen wat de rol was van [betrokkene 2] ? U zegt dat hij ook zijn huis beschikbaar stelde. Ja, dat klopt. U vraagt mij of er plannen zijn gemaakt hoe mijn schulden zouden worden afbetaald? Nee, hij ging dat regelen. De schulden zijn niet afgelost. U vraagt aan mij of ik uit mijzelf nog iets wil zeggen. Als een klant kwam dan gaf [medeverdachte 4] mij altijd wel een knuffel dat het goed kwam. Dit gaf mij wel een goed gevoel dat ik zijn vriendin was en dat hij het met mij meende.
7 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] van 9 november 2016 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van de getuige [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
Als ik mij niet goed voelde deed [verdachte] de telefoon. Als ik mij niet goed voelde sprak ik niet af met cliënten, maar ik voelde mij dan wel goed genoeg om betaalde seks te hebben. Alleen als ik mij niet lekker voelde mocht ik eerder stoppen. Dan stopte ik ook eerder. Met wie was die afspraak gemaakt van 9 tot 9? Met hun beiden.
Zijn er ook foto’s van jou gemaakt, in uitdagende posities? Ja. Heb je daar zelf om gevraagd? Nee. Wie regelde dat? [medeverdachte 4] . Heeft [verdachte] een rol gehad bij advertenties? Ja. Wat deed ze dan? Ze maakte de advertenties en update (het hof begrijpt: upgrade) ze iedere dag opnieuw.
Je kreeg geld van klanten, waar ging dit heen? In een envelop. Aan eind van de dag gaf ik het aan [betrokkene 2] en die stopte dat weer in een envelop en aan het eind van de week kwam [medeverdachte 4] en werd het geld verdeeld.
Rechter-commissaris: de vorige keer heb je verklaard dat behalve af en toe een cadeau je van het geld dat je verdiende zelf niets kreeg, klopt dat? Ik heb geen geld gezien, behalve het geld dat ik wel eens kreeg om te gaan shoppen. Je hebt de vorige keer verklaard dat [medeverdachte 4] heeft gezegd dat hij het geld dat jij verdiende bedoeld was om voor jou te sparen. Ja, dat klopt. Dat heeft hij tegen mij gezegd.
Waarom ben je gestopt om in Ridderkerk te werken. [medeverdachte 4] haalde mij daar weg.
De advocaat vraagt dat ik zelf ook zou kunnen stoppen, nu ik tegen haar heb gezegd dat zij zou kunnen stoppen. Nee dat kon ik niet. U vraagt waarom niet? Ik was met [medeverdachte 4] en wij hadden plannen dat ik de volgende maand zou stoppen, maar dat werd een maand later. Ik vertrouwde hem. Hoe was dat plan dan, wat zouden jullie gaan doen? Wij zouden een eigen huis nemen in Almere en daar zouden wij met zijn drieën gaan wonen. Ik, [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . Is dat dan niet raar dat zij daar ook ging wonen? Ja, dat vond ik ook maar ik was verliefd en geloofde hem. Vond je dat je zelf kon stoppen? Nee eigenlijk niet, omdat ik verliefd op [medeverdachte 4] was en afspraken met hem gemaakt had. Ik was ook bang om te stoppen. Ik was bang dat zij boos zouden worden, daarom deed ik alles.
8 Een proces-verbaal van bevindingen (onderzoek appberichten gsm [medeverdachte 4] , periode Amsterdam) (…) van 8 april 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:
Bij de aanhouding is onder verdachte [medeverdachte 4] , een Sony Experia mobiele telefoon in beslag genomen. Op deze telefoon werden onder meer ongeveer 51.000 appberichten aangetroffen. Uit de berichten komt het volgende naar voren.
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 29-08-2015:
In: Hey schat ben th
Uit: Ok beter j heb het gevonden
In: Haha ja hoor was lekker en kijk uit naar de volgende x ik raak verslaafd aan je
Uit: Hmm komt goed schat
In: He ik wil geld verdienen maar wil niet door jou gebruikt worden ik vind je meer dan leuk en als alles betaald is wil ik ermee stoppen
Uit: Want j zegt j heb schulden
In: Ong 3000 schuld
Uit: Jah kheb ook schuld rond 5
Uit: Sex vo geld Wilj dat. Kan voor nu niks anders bedenken of regelen
In: Jawel als je me dan later niet laat vallen. Ik doe het da. Ook voor jou alleen tot we alles hebben afgelost. Eerlijk gezegd wil veder met jou daarom Je vind het niks he dat ik instem
Uit: Jawel we hebben geld nodig.
Uit: Nou dan we gaan je dingen regelen, geld, huur, huis, werk
Contact tussen [medeverdachte 4] en NNman “Lengte” op 29-08-2015:
Uit (21.54 uur): Die osso vo meid ze wil Naaie, Vo buit Raampje ook niey. Wij bepalen g. Alles moet ze naaien.
In: Ok.
Uit: Vrouw van 33
Uit: Kdenk ik kqn het zelf fixe
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] op 30-08-2015:
Uit: En ze wilnie bij de ramen is openlijk
In: Uhm oke, dan kamer
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] op 31-08-2015:
In: [e-mailadres], Prullenbak 2015
9 Een proces-verbaal van bevindingen datum daadwerkelijke plaatsing advertentie [001] (…) van 1 februari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 15 december 2015 zijn door [A] BV gegevens verstrekt van de site [internetsite 1] advertentie [001] . Bij deze gegevens stond aangegeven dat de advertentie was aangemaakt op 31 augustus 2015. Door [A] werd doorgegeven dat de advertentie daadwerkelijk online is gegaan op 3 september 2015.
10 Een proces-verbaal van bevindingen advertentie [001] (…) van 3 december 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:
In het onderzoek is een seksadvertentie aangetroffen met nummer [001] met de werknaam [naam] . [slachtoffer] heeft verklaard dat dat ze in Amsterdam heeft gewerkt onder de naam [naam] .
11 Een proces-verbaal van verhoor verdachte (…) van 21 december 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] , (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:
A: Mijn nummer stond op de site. Dat is [telefoonnummer]
12 Een proces-verbaal van bevindingen (onderzoek appberichten gsm [medeverdachte 4] , periode 7 oktober - 23 oktober 2015) (…) van 11 april 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:
Bij de aanhouding is onder verdachte, [medeverdachte 4] , een Sony Experia mobiele telefoon in beslag genomen. Op deze telefoon werden onder meer ongeveer 51.000 appberichten aangetroffen. Uit de berichten komt het volgende naar voren.
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 20-10-2015:
In: Heyyy
Uit: hey schat
In: Hoor dan, die man heeft nu ruimte in Ridderkerk en Zeeland ze kan daar slapen alles. Laat ff weten wanneer ze wilt starten
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 20-10-2015:
Uit: Ik heb een plek en werk
In: Echt gefeliciteerd ben echt blij voor je
Uit: Voor jou aap. Ben je bereid of wat. Zakelijk ben ik nu.
In: Wil meer weten
Uit: Maar word zoiezo op je gelet
In: Hoe vaak per week
Uit: Ik heb al genoeg gezegd is ja of nee
In: Ok doe het maar wil dat we normaal omgaan met elkaar
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 22-10-2015:
In: [medeverdachte 4] heb je die plek nog?
Uit: jah ga je mee
In: je moet wel veel om me geven dat je nog verder met me gaat dank je
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 23-10-2015:
In: Het is dringend kan ik vandaag erin, heb ruzie met me ouders
Uit: Ja kan. Meld me als je vertrekt, pak je spullen en vertrek simpel, niemand mag jou tegenhouden
In: moet ik meteen werken
Uit: hangt ervan af
13 Een proces-verbaal van bevindingen (onderzoek appberichten gsm [medeverdachte 4] , periode Ridderkerk) (…) van 19 april 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:
Bij de aanhouding is onder verdachte, [medeverdachte 4] , een Sony Experia mobiele telefoon in beslag genomen. Op deze telefoon werden onder meer ongeveer 51.000 appberichten aangetroffen. Uit de berichten komt onder meer het volgende naar voren.
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 24-10-2015:
In: Ik ben in het huis is nice maar mis je.
In: Klikt heel goed met [betrokkene 6] zus.
In: Als je wat nodig heb kan je dat gewoon van de rek nemen, ik zit niet zo lekker in mijn vel het is heel erg wennen. Morgenochtend worden foto’s gemaakt.
Uit: Ben je al begonnen
In: Nee waarschijnlijk morgen
Uit: Je heb geen contact ben je vergeten. Luister je heb 3 mensen, mij, die mensen daar en je ouders, verder niks en niemand, geen account Badoo
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 25-10-2015:
In: wat hebben jullie afgesproken kwa betaling
Uit: hij (het hof begrijpt: [betrokkene 6] ) zijn zus. (het hof begrijpt: [verdachte] ) die meid en ik en jij
In: Ok maar bewaart hij het geld of moet ik het bewaren
Uit: nu staat het op wekelijks dan zou ik horen hoeveel we hebben dan cut hij het en geeft hij jou deel dan haal ik mijn deel maar alles is nog in regeling begrijp je Ik geeft hem week om te spelen zet naar volgend week zien we een btj als het goed is
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 25-10-2015:
In: Wil je dat ik je op de hoogte hou als iemand belt of als klant is geweest
Uit: Ja tuurlijk, de betalingen alles als je dat weet. Na elke klant zet je het bedrag
In: in een envelop.
Uit: Na elke klant app je me klant en bedrag.
Uit: Geld moet gemaakt worden
In: Dat weet ik pak alles aan
Uit: Maja ga eerst eerder voor me rijbewijs enz
In: Oo oke hoop dat je snel kan beginnen ik ga me best voor je doen
Uit: Oké maja wat ik zeg na elke klant zeg je me het bedrag fooi alles
In: Ik hou niks voor je achter ik zeg je alles ok
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 26-10-2015:
In: klant half uur
Uit: en bedrag
In: 70
Uit: dus 1 klant 30 min 70 eur
Heb je uitgelegd hoe je moet sturen, wil je het goed doen
In: 2 klant 30 min 70
Uit: eur
In: 3 klant 20 min 60 euro
Uit: emoticon kus
In: 4 klant half uur 70 euro
Uit: emoticon kus
In: Ben je wel tevreden?
Uit: Nu al
In: Nou is tog al 4 en er bellen constant klanten
Uit: Tevreden
In: klant 5 half uur 70 euro
Uit: emoticon kus
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 26-10-2015:
Uit: Dus hoeveel heb je Vd gehard
In: 5klanten 4x 70 euro en 1x 60 euro
In: Oke maar kan je iets van me rek halen
Uit: Heb al wat genomen, vooruit betaald me rij kosten
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 28-10-2015:
Uit: En we weten waar we naar toe werken, dat is belangrijk en dat moeten we doen, nu schulden aflossen, en dan 3 jr sparen voor bedrijf, geld, geld, geld Dus wil alleen geld horen, klant zoveel. Nu word et alleen naar mij geluisterd en ha geknikt Heb je Vd al wat verdiend Je bent met mij, ik own alles van jou van mij wrm omdat we zijn samen [medeverdachte 4] is me alle Wat van jou is is van mij Breng geld.
Uit: denk zo 100000 hebben we nodig en jij moet voor de helft zorgen
Contact tussen [medeverdachte 4] en [verdachte] op 29-10-2015:
In: Zou jij woensdag of donderdag kunnen afspreken ipv dinsdag, want zij wordt ongesteld donderdag, dus dan kunnen we lekker dag vrij nemen ipv een dag waar ze nog kan werken
Uit: maar zij kan gewoon werken toch
In: Als ze bloed? Wil je dat ze doorwerkt als ze ongesteld is
Uit: dat zijn jullie regels, wil alleen weten hoe of wat administratie en wat er moet gebeuren
In: Ik heb goede foto’s nodig om te werken, ik moet afwisselen van die foto’s.
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 29-10-2015:
Uit: ik heb net [verdachte] gesproken en [medeverdachte 3] . Nu zijn we allemaal wat beter op de hoogte van alles
Uit: [verdachte] leid jou en doet de kosten administratie en [medeverdachte 3] is my back up die kan je alles vertellen en vragen
Uit: je werkt voor [verdachte] nu maar ik en [medeverdachte 3] zijn je mensen
In: Klant 4 half uur 70+ anaal 20 euro
Uit: emoticon kus
In: Klant 5 uurtje 130 euro
Contact tussen [medeverdachte 4] en [verdachte] op 30-10-2015
In: we moeten even naar België gaan voor die ene appartement. Ook wat dingen verhuizen. Er kan hier vanochtend sowieso niet gewerkt worden. Vanavond heb ze 3 afspraken staan. Zou ze mee kunnen helpen? Anders zit ze hier tijd te verspillen. Ze heeft gister 5 klanten gehad. Het gaat erg goed. We hebben gister alles op papier gezet we kwamen op. Rond de 1400 Gister ging goed man.
Contact tussen [medeverdachte 4] en [verdachte] op 31-10-2015
In: Ja ze heb normale escort foto’s maar ik heb blote foto’s nodig.
In: En als ik niks zo zeg doet ze niks.
In: Maar goed de foto’s zijn nu klaar.
In: Is ze nu down (het hof begrijpt: niet aan het werk/klaar met werken)
Uit: Je begrijpt me niet
Uit: Jij zegt mij wat moet gebeuren
Uit: En dan leg ik haar uit zodat niet achteraf mij hoofd wordt geluld van Jah wist niet dat ik. Zulke foto’s moest maken van j
Uit: je kan je werk gwn doen
Uit: hoe je het wil hebben.
Uit: Meld me eerst la me haar toestemming geven en inpraten.
Uit: Dan gaat het allemaal wat soepeler gaan denken ik ook.
In: Ja s goed
In: Snap t
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 01-11-2015
In: hun gaan nog weg ik ga niet moet morgen ook werken
Uit: Ja beter. Ja je mag ook niet meer van mij. Is ook niet nodig en ook niet de tijd om nu te genieten.
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 02-11-2015:
In: Klant 1 half uur 70 + 20
Uit: emoticon kus
In: Klant 2 half uur 70 euro
Uit: emoticon kusjes
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 02-11-2015:
Uit: laat [verdachte] ons deel zetten doe ik de rest
In: dus gedraag je dan voor een paar uur zo
Uit: Miss naai ik der nog ff
In: Ja doe datttt
Uit: Dan is ze ff zoet. Doe dat je heb makkelijk praten
In: Laat der pijpen dan
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 05-11-2015:
In: Eyhhhh we hebben snel meer meids nodig er is plek bij [verdachte] ook. Hoor je me
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 06-11-2015:
In: hoor je me
Uit: bn geen pimp
In: hahahagaaa Maar bij jou komen ze gewoon
Uit: whaha Ja doe me best
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 07-11-2015:
In: Eyhhhh heb ze gewerkt. Ze wilt haar gezicht verbouwen praat met haar. En laat haar werken voor woensdag
In: eyh luister dan praat met haar zorg dat je goed bent met haar niks zeggen ik heb dit opgevangen ze wilt dat ze voelt dat ze in een relatie zit anders is gaat ze weg. Zorg dat ze voelt alsof jullie in een relatie zitten. Ik meen het speel die shit goeddddddd
Uit: Vd zal ik relatie nemen met der goed kluister wel
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 09-11-2015:
In: Schat wilde je nog wat vragen als dat kan hoeveel moet ik min per dag verdienen
Uit: Hmm eigenlijk zoveel mogelijk tog schat
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 10-11-2015:
In: Klant 1 half uur 70 euro, Klant 2 half uur 70 euro, Klant 3 uurtje 130 euro, Klant 4 half uur 100 euro, Klant 5 uurtje 130 euro
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 11-11-2015:
In: Bijna hebben we die osso dan stroomt geld want dan hebben we geen kosten aan [verdachte] , dan is keihard er tegenaan, dus speel ff toneel tot die osso
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 13-11-2015:
In: Ik ga nu kamer zoeken, voor direct direct. Ik zeg jou als ze in een kamer zit heb je geen [verdachte] hoofdpijn, en hoeven we niks in te leveren
Uit: bedenk je plan ik wil die oss
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 13-11-2015:
In: Ik ben echt op liefje
Uit: hoe komt dat
In: werk veel en psyh is ook niet goed
Uit: komt goed schat cenish en ik rennen voor je
Contact tussen [medeverdachte 4] en “ [betrokkene 7] ” op 13-11-2015:
Uit: Faka kheb een ho en kzoek een inves 3 kop
In: Ai we kunnen dec praten of moet je gelijk beginnen
Uit: ja vd. Wil me ho weghalen waar ze nu zit
Contact tussen [medeverdachte 4] en [slachtoffer] op 13-11-2015:
In: C stop ermee voor vandaag
Uit: Wrm schat stop je nu al, we hebben meer nodig
In: C ik kan niet meer
Uit: anders neem je pauze uur twee uur en dan kijken hoe het gaat, niet gelijk opgeven
Contact tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 13-11-2015/14-11-2015:
In: Me neefje heeft zo i zo kamer als dingen niet lukken, dus plan B is klaar
In: Ik ga zo die sleutel halen voor die osso
In: heb klanten aan jou doorgegeven
In: Heeft ze het doorgegeven bij mij tot KL 3 en opeens zit ze op 6
Uit: Morning, hoe heet die straat hier
In: [a-straat]
Contact tussen [medeverdachte 4] en [verdachte] op 15-11-2015:
In: Mag ik je mail dan stuur ik je foto’s van de shoot. Ik heb haar bewerkte foto’s en amateur foto’s, beste beide te zetten dan zien ze dat zij het meisje is. dat werkt heel goed. Ik haal nu haar advertentie eraf. Kan je beginnen. Je kan vandaag al adverteren. Morgen [internetsite 1] goedgekeurd en dinsdag kan ze beginnen.
14 Een proces-verbaal van verhoor verdachte (…) van 22 december 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [medeverdachte 1] , zakelijk weergegeven:
(…)
A: Ik denk dat [slachtoffer] heel bang is voor [medeverdachte 4] .
15 De verklaring die verdachte ter terechtzitting van de rechtbank van 8 december 2016 heeft afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De voorzitter vraagt mij wat ik over de beschuldiging wil zeggen. Ik heb een advertentie gemaakt voor [slachtoffer] en ik heb geregeld dat er foto’s van haar werden gemaakt. Ik heb ook de werktelefoon opgenomen als [slachtoffer] even boven was. Ik heb de advertentie opgewaardeerd op haar verzoek. Ik zag wel dat [slachtoffer] verliefd was op [medeverdachte 4] . [slachtoffer] deed boodschappen voor het hele huishouden van haar eigen geld.
De voorzitter vraagt mij waarom ik heb verklaard dat [slachtoffer] niet helemaal 100 is. Ik wist dat ze psychische problemen had en medicatie slikte, waaronder Hadol voor psychoses en Zoloft, dat is een antidepressivum.
Als [slachtoffer] moe was appte ze mij en zei ik tegen haar dat ze niet meer hoefde te werken. Ze mocht tot maximaal 21.00 uur werken
U houdt mij een appbericht op pagina 906 van het dossier voor en vraagt mij waarom ik met [medeverdachte 4] in gesprek ben over [slachtoffer] . [medeverdachte 4] zou langskomen en ik vroeg aan hem of hij een andere dag wilde komen, zodat [slachtoffer] langer kon werken.
16 Een proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] , (…), van 29 februari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in, als de op 29 februari 2016 tegenover deze verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 2] :
Op foto 6 herken ik [slachtoffer] . Zij is een vriendin van [verdachte] maar is niet helemaal 100. Ze komt over als een twaalfjarig kind. Ze heeft een tijdje bij mij gewoond en ik heb haar opgevangen. Ze heeft ongeveer twee weken bij mij verbleven in de [c-straat] in Ridderkerk. [verdachte] had haar ontmoet via [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] zei dat [slachtoffer] om woonruimte verlegen zat waarna [verdachte] met mij had afgesproken dat [slachtoffer] bij ons kon verblijven.
17 Een proces-verbaal van verhoor verdachte (…) van 2 maart 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 10] eh [verbalisant 3] (…).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten en [verdachte] , zakelijk weergegeven:
Ik ken hem via [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] had me gezegd dat ze een meisje kent dat een verblijfplaats nodig had. Ik had gevraagd waarom ze niet bij haar vriendje [medeverdachte 4] kon blijven maar dat kon niet. Toen kwam ze op de [c-straat] .
Op foto 3 herken ik [medeverdachte 3] . Maar ze heet [medeverdachte 3] .
[slachtoffer] is geestelijk niet in orde.
De foto’s op de advertentie van [slachtoffer] zijn gemaakt in de [c-straat] door een fotograaf. Ik heb de advertentie opgewaardeerd.
[slachtoffer] had tussen de twee en vijf klanten per dag. Ze heeft misschien tweemaal vijf dagen gewerkt. Ik was soms aanwezig in de woning als zij werkte. [betrokkene 2] was er weinig. [slachtoffer] had veel contact met [medeverdachte 3] en ook met haar vriendje.
[slachtoffer] vertelde dat [medeverdachte 4] haar bankpas had en dat alles weg was van haar bank en dat [medeverdachte 4] daar zijn rijlessen van moest betalen.
V: Welke afspraken waren er gemaakt met betrekking tot de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer] ?
A: We hadden afgesproken dat er niet gewerkt werd in het weekend en ook niet tot laat. Tot een uur of 21.00. Ik heb die afspraak met haar gemaakt.
V: Gisteren heb je verklaard dat [slachtoffer] als prostituee klanten kon ontvangen in de woning. Hoe was dat geregeld?
A: Ze zei dat ze met [medeverdachte 4] had gesproken en dat [medeverdachte 4] wilde dat ze gewoon zou werken wanneer ze ongesteld was. Toen werd [betrokkene 2] een beetje gek, want hij zei dat als ze gedwongen zou worden dat hij haar niet in huis wilde hebben. Wij hebben ook meerdere malen met haar gepraat hierover.
V: [slachtoffer] heeft verklaard dat u en [betrokkene 2] tegen [slachtoffer] hebben gezegd dat ze niet zoveel hoefde te werken als [medeverdachte 4] wilde.
A: Ja, altijd. We waren echt goed voor haar.’
8 Het hof heeft in het bestreden arrest voorts de volgende bewijsoverweging opgenomen:
‘Inleiding
Op 19 oktober 2015 heeft op een politiebureau in Zeeland een informatief gesprek mensenhandel plaatsgevonden met de dan 33-jarige [slachtoffer] , die in een Blijf-van-mijn-lijfhuis (hierna: de Blijf Groep) in Amsterdam verblijft.
[slachtoffer] heeft in dit informatieve gesprek alsmede in haar latere verhoren verder het volgende verklaard. Via de datingsite Badoo heeft ze een jongen genaamd [medeverdachte 4] (zoals later blijkt te zijn: [medeverdachte 4] ) leren kennen. Zij heeft met [medeverdachte 4] afgesproken, is naar zijn woning toe gegaan en zij hebben daar seks gehad. [slachtoffer] heeft [medeverdachte 4] al bij hun eerste ontmoeting verteld dat zij bij de Blijf Groep verbleef, dat zij problemen had en dat zij schulden had. [medeverdachte 4] heeft op 29 augustus 2015, een dag nadat zij elkaar hadden ontmoet, aangeboden om [slachtoffer] te helpen en heeft haar gevraagd of zij op de Wallen wilde werken. [slachtoffer] wilde dat niet waarop [medeverdachte 4] aangaf, na overleg met [medeverdachte 1] , dat hij ook voor een website kon zorgen. [medeverdachte 4] heeft [slachtoffer] vervolgens voorgesteld aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft voor [slachtoffer] een advertentie aangemaakt op [internetsite 1] en [internetsite 2] onder de naam [naam] . [medeverdachte 4] heeft samen met [medeverdachte 1] naaktfoto’s gemaakt van [slachtoffer] om bij die advertentie te plaatsen. Uit onderzoek naar de advertentie op [internetsite 1] blijkt dat deze op 31 augustus 2015 is aangemaakt en op 3 september 2015 online is gegaan. Vanaf die dag heeft [slachtoffer] als prostituee in de woning van [medeverdachte 1] in Amsterdam gewerkt. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] boekten klanten voor [slachtoffer] en hielden bij wat zij verdiende.
[slachtoffer] kreeg van [medeverdachte 4] of [medeverdachte 1] te horen wanneer er een klant was en zij naar het huis van [medeverdachte 1] moest komen om de klant te ontvangen. [slachtoffer] gaf via WhatsApp na iedere klant aan [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] door wat zij had verdiend en gaf haar verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden vervolgens aan hen af. [slachtoffer] heeft zelf nooit iets van dat geld gehouden. [slachtoffer] was overdag in de woning van [medeverdachte 1] en meldde zich elke avond bij de Blijf Groep, alwaar zij de nacht doorbracht. Op 5 oktober 2015 moest [slachtoffer] de Blijf Groep verlaten en heeft [medeverdachte 1] haar aangeboden om bij haar in te trekken. Van 5 tot en met 7 oktober 2015 heeft [slachtoffer] verbleven in de woning van [medeverdachte 1] in Amsterdam. Vanwege een ruzie tussen [medeverdachte 1] en [slachtoffer] heeft [slachtoffer] op 7 oktober 2015 haar vader gevraagd haar in Amsterdam op te komen halen. Vervolgens heeft [slachtoffer] van 7 oktober tot en met 23 oktober 2015 bij haar ouders verbleven. In de periode dat zij bij haar ouders verbleef, heeft ze altijd contact gehouden met [medeverdachte 4] via WhatsApp.
Op 18 december 2015 werd [slachtoffer] door de politie in Amsterdam uitgenodigd voor een nader verhoor. Uit dit verhoor kwam naar voren dat [slachtoffer] door [medeverdachte 4] naar het verhoor in Amsterdam was gebracht en hij haar daarna weer op zou komen halen. Voorts bleek uit het verhoor dat [slachtoffer] op dat moment werkzaam was als prostituee in Rotterdam in de woning van [medeverdachte 3] . Op een gegeven moment had [medeverdachte 4] haar verteld dat hij weer een woning en werk voor haar had. Twee dagen later is [slachtoffer] naar Rotterdam vertrokken, om een dag later naar Ridderkerk te worden gebracht.
[slachtoffer] heeft in latere verhoren over de periode in Rotterdam verklaard dat zij samen met [medeverdachte 3] in de [a-straat] verbleef en later aan de [d-straat] . [medeverdachte 3] had ook de advertenties voor de sekssites [internetsite 3] , [internetsite 1] en [internetsite 4] gemaakt, alsmede de foto’s voor die sites. In Rotterdam heeft [slachtoffer] gewerkt onder de naam [naam] . [medeverdachte 3] beantwoordde de telefoon als klanten belden en maakte de afspraken met klanten. [slachtoffer] gaf na elke klant aan [medeverdachte 4] door wat zij had verdiend en gaf het geld dat zij had verdiend met haar prostitutiewerkzaamheden aan hen af. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] hielden de verdiensten bij in een notitieboekje.
Vervolgens werd [slachtoffer] op 19 december 2015 nogmaals gehoord. Uit dit verhoor kwam naar voren, evenals uit de daaropvolgende verhoren van [slachtoffer] , dat zij voorafgaand aan Rotterdam ook in Ridderkerk had verbleven en als prostituee gewerkt in de woning van [betrokkene 2] (waar ook [verdachte] verbleef), namelijk in de periode van 24 oktober 2015 tot en met 13 november 2015. [slachtoffer] heeft over die periode verklaard dat [verdachte] , op verzoek van [medeverdachte 4] , de advertenties op [internetsite 1] en [internetsite 2] aanmaakte en deze ook opwaardeerde. [verdachte] heeft ten behoeve van die sekssites seksueel getinte foto’s van [slachtoffer] laten maken. [slachtoffer] werkte in Ridderkerk als prostituee onder de naam [naam] . Verder heeft [slachtoffer] verklaard dat ze ook in Ridderkerk [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] na elke klant liet weten wat zij had verdiend en dat zij op hun beurt bijhielden wat de inkomsten van [slachtoffer] waren. [slachtoffer] deed het verdiende geld in een enveloppe. [medeverdachte 4] kwam één keer in de week het geld ophalen. [slachtoffer] heeft verklaard dat [medeverdachte 3] van [medeverdachte 4] in Ridderkerk op haar heeft moeten passen.
Dat [slachtoffer] in de periode vanaf 3 september 2015 tot en met 18 december 2015 achtereenvolgens in Amsterdam, Ridderkerk en Rotterdam in de prostitutie heeft gewerkt en dat [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hierbij in meer of mindere mate betrokken zijn geweest, staat niet ter discussie. De vraag in de onderhavige zaak is of [verdachte] zich, in de periode van 24 oktober 2015 tot en met 13 november 2015 in Ridderkerk, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, dan wel als medeplichtige, schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer] in de zin van artikel 273f, eerste lid, sub 1 en 4 Sr.
Bewijs
Het hof acht bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer] in de periode van 24 oktober 2015 tot en met 13 november 2015 in Ridderkerk, met dien verstande dat zij zich gedurende die periode, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] , schuldig heeft gemaakt aan het bepaalde in artikel 273f, eerste lid, sub 1 en sub 4 Sr. Het hof grondt zijn beslissing dat [verdachte] het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de in bijlage opgenomen bewijsmiddelen zijn vervat.
Nadere bewijsoverwegingen ten aanzien van artikel 273f Sr
Artikel 273f, eerste lid, sub 1 en sub 4 Sr
Dwangmiddelen
Naar het oordeel van het hof heeft [verdachte] zich met haar mededaders jegens [slachtoffer] bediend van de onder artikel 273f, eerste lid, sub 1 Sr genoemde middelen misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie.
Misleiding
Bij misleiding gaat het erom dat de verdachte het slachtoffer een doelbewust foute voorstelling van zaken geeft. Het hof is van oordeel dat hiervan in de onderhavige zaak sprake is. [medeverdachte 4] heeft [slachtoffer] , in strijd met de waarheid, voorgespiegeld dat hij een relatie met haar had, dat hij haar wilde helpen om haar schulden af te betalen en dat hij met het verdiende geld samen met haar een toekomst wilde opbouwen. [slachtoffer] vertrouwde [medeverdachte 4] volledig en zag [medeverdachte 3] als haar vriendin.
Uit de stukken in het dossier blijkt dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] andere plannen hadden met [slachtoffer] en dat [verdachte] daaraan in belangrijke mate heeft bijgedragen. Het plan was namelijk om [slachtoffer] , nadat zij naar haar ouders was teruggekeerd op 7 oktober 2015, wederom in de prostitutie te laten werken. [verdachte] en [betrokkene 2] hebben de woning van [betrokkene 2] aan [medeverdachte 3] en [slachtoffer] beschikbaar gesteld. [slachtoffer] kon daar verblijven en kon haar prostitutiewerkzaamheden daar verrichten. [medeverdachte 4] had de (financiële) afspraken met [verdachte] gemaakt. [slachtoffer] werd daar niet bij betrokken. [verdachte] bemoeide zich vervolgens met het aanmaken van een seksadvertentie op sekssites, het opwaarderen van die advertentie, het maken van seksueel getinte foto’s en het maken van afspraken met klanten. In een appgesprek van 29 oktober 2015 vroeg [verdachte] aan [medeverdachte 4] of [slachtoffer] moest werken, ook als zij ongesteld was. Voorts gaf [verdachte] hem de werktijden van [slachtoffer] door en wanneer zij afspraken had staan. Over het prostitutiewerk van [slachtoffer] had [verdachte] dus contact met [medeverdachte 4] , en niet met [slachtoffer] zelf. Later op dezelfde dag als de dag waarop [verdachte] aan [medeverdachte 4] had gevraagd of [slachtoffer] moest werken als zij ongesteld was, appte [medeverdachte 4] aan [slachtoffer] dat hij net [verdachte] had gesproken, dat iedereen nu wat beter op de hoogte was en dat [verdachte] [slachtoffer] leidde en de kostenadministratie deed, alsmede dat [medeverdachte 3] de ‘back-up’ voor [medeverdachte 4] was. In een ander gesprek appte [medeverdachte 4] aan [verdachte] dat [verdachte] moest zeggen wat er moest gebeuren, dat [verdachte] dat aan hem moest melden, dat hij het aan haar (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) zou uitleggen en haar toestemming zou laten geven en op haar in zou praten, en dat het dan allemaal wat soepeler zou gaan.
[verdachte] appte vervolgens terug dat ze dit begreep en dat dit goed was.
[verdachte] wist dat [slachtoffer] verstandelijk beperkt was, dat zij psychische problemen had en dat zij verliefd was op [medeverdachte 4] . Hieruit, alsmede uit de hiervoor aangehaalde gesprekken, blijkt dat [verdachte] op de hoogte was van de afhankelijkheid van [slachtoffer] van [medeverdachte 4] . [verdachte] besprak zelfs met [medeverdachte 4] hoe hij dusdanig op [slachtoffer] zou inpraten, dat [slachtoffer] zou doen wat [verdachte] wilde dat [slachtoffer] deed in verband met haar prostitutiewerkzaamheden. Gelet op dit alles wist [verdachte] dat [slachtoffer] niet haar eigen keuzes maakte en dat zij door [medeverdachte 4] werd misleid. De omstandigheid dat [slachtoffer] haar geld afstond, onderstreept dit nog eens.
Misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht
Bij misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht gaat het om een geobjectiveerd bestanddeel waardoor bescherming wordt geboden aan hen die in een uitbuitingssituatie werkzaam zijn. Het hof neemt als uitgangspunt dat aan dit bestanddeel is voldaan indien de prostituee verkeert of komt te verkeren in een situatie die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een ‘mondige prostituee’ in Nederland pleegt te verkeren.
In de onderhavige zaak is van deze situatie sprake geweest. Een eerste omstandigheid is dat [slachtoffer] zodanig verliefd was op [medeverdachte 4] (zij zag hem als “een engel gestuurd door God”), dat zij daardoor kennelijk bereid was naar de uitdrukkelijke wens van [medeverdachte 4] te (blijven) werken in de prostitutie, het door haar verdiende geld aan hem en aan de mededaders af te staan en door hen te laten beheren en alles geloofde wat hij haar vertelde.
Een tweede omstandigheid is dat [slachtoffer] zwakbegaafd en beïnvloedbaar is. [slachtoffer] wilde [medeverdachte 4] niet kwijt als haar vriend en deed daarom alles om te voorkomen dat hij haar zou verlaten. Een derde omstandigheid is dat [slachtoffer] van [medeverdachte 4] geen contacten mocht onderhouden met anderen dan met hem, zijn mededaders en haar ouders en dat zij dus een klein sociaal netwerk had. Deze omstandigheden tezamen leveren een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht op, waaraan [slachtoffer] geen weerstand kon bieden.
[verdachte] was op de hoogte van het overwicht dat [medeverdachte 4] op haar had en heeft daar misbruik van gemaakt.
Dit blijkt ook uit de verklaring van [verdachte] bij de politie van 2 maart 2016, waarin zij heeft verklaard dat [slachtoffer] haar had verteld dat [medeverdachte 4] haar bankpas had en dat alles weg was van haar bank en dat [medeverdachte 4] daar zijn rijlessen van moest betalen.
Misbruik van een kwetsbare positie
Met een kwetsbare positie wordt een situatie bedoeld waarin de betrokkene geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan. De keuzemogelijkheden voor het slachtoffer ontbreken of zijn verminderd. Ook hiervan is naar het oordeel van het hof sprake geweest. [slachtoffer] is zoals gezegd zwakbegaafd, was verliefd op [medeverdachte 4] , vertrouwde hem volledig en wilde haar schulden afbetalen en een toekomst met [medeverdachte 4] opbouwen. Ook de omstandigheid dat zij niet over een eigen woonruimte beschikte, bij [betrokkene 2] en [verdachte] heeft ingewoond en een klein sociaal netwerk had, dragen bij aan het oordeel dat [slachtoffer] zich in een kwetsbare positie bevond ten aanzien van [medeverdachte 4] en de mededaders en dat [verdachte] hiervan op de hoogte was.
Handelingen
Het hof is van oordeel dat uit het hiervoor overwogene tevens volgt dat [verdachte] met haar mededaders met voornoemde middelen [slachtoffer] heeft gehuisvest.
Oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer]
Mensenhandel is gericht op uitbuiting. In relatie tot de seksindustrie spreken de wetgever en de Hoge Raad van een uitbuitingssituatie indien de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren.
Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat het oogmerk van uitbuiting is bewezen en dat [slachtoffer] in een uitbuitingssituatie verkeerde. Zoals hiervoor is overwogen, kan op grond van de bewijsmiddelen worden vastgesteld dat [verdachte] door misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer] heeft gehuisvest. Van omstandigheden vergelijkbaar met de situatie waarin een mondige prostituee verkeert, is dus geen sprake.
Naar het oordeel van het hof verkeerde [slachtoffer] in een uitbuitingssituatie. Het hof heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden, te weten: prostitutie, het feit dat er sprake is van een afhankelijkheidssituatie door schulden en het ontbreken van onderdak, een onwaarachtige relatie met [medeverdachte 4] en vriendschap met [medeverdachte 3] en het feit dat zij vrijwel niets van haar verdiensten heeft overgehouden. [slachtoffer] kreeg af en toe wat zakgeld om iets voor zichzelf te kopen, maar moest hier om vragen en kon zelf dus niet vrijelijk over haar geld beschikken.
Dat [verdachte] het oogmerk op uitbuiting had bij het huisvesten van [slachtoffer] , volgt uit de omstandigheid dat zij degene was die [slachtoffer] , met de wetenschap dat zij werd uitgebuit, in de woning van [betrokkene 2] waar zij ook verbleef, haar prostitutiewerkzaamheden liet verrichten. Voorts volgt dit uit de omstandigheid dat in ieder geval de bedoeling was dat [verdachte] hier ook geld voor zou krijgen, zoals blijkt uit diverse appberichten, waaronder het bericht van [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 4] dat als [slachtoffer] in een kamer zit, [medeverdachte 4] geen “ [verdachte] hoofdpijn” heeft en niets hoeft in te leveren. Voorts blijkt dit uit de omstandigheid dat [verdachte] met [medeverdachte 4] overleg heeft gevoerd over de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer] en over hoe [medeverdachte 4] op [slachtoffer] zou inpraten om [slachtoffer] te laten doen wat [verdachte] , en ook [medeverdachte 4] , wilde.
Medeplegen
Bij de beantwoording van de vraag wanneer de samenwerking tussen de verdachte en mededaders zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen kan worden gesproken moeten de concrete omstandigheden van het geval worden beoordeeld. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezen verklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.
Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Toegepast op deze zaak komt het hof tot de volgende beoordeling.
Ten aanzien van de samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] gedurende de periode in Ridderkerk leidt het hof uit de bewijsmiddelen af dat zij er gezamenlijk voor hebben gezorgd dat [slachtoffer] in de woning waar [verdachte] en [betrokkene 2] woonden, kon verblijven en zij daar haar prostitutiewerkzaamheden weer kon oppakken. [verdachte] heeft samen met [betrokkene 2] de woning beschikbaar gesteld voor [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en [slachtoffer] .
Om [slachtoffer] in deze woning te laten werken en wonen heeft [verdachte] , zoals hiervoor overwogen, afspraken gemaakt en overleg gevoerd met [medeverdachte 4] en - via [medeverdachte 4] - met [medeverdachte 3] . [verdachte] voerde dit overleg niet met [slachtoffer] zelf. Kennelijk zag zij haar niet als ‘mondige prostituee’ die haar eigen zaakjes regelde.
[verdachte] heeft zaken voor [slachtoffer] geregeld zoals het aanmaken van een advertentie op een sekssite en het maken van seksueel getinte foto’s ten behoeve van die site. [verdachte] heeft klanten voor [slachtoffer] geboekt en prijsafspraken met klanten gemaakt. Daarnaast heeft zij [slachtoffer] meegedeeld binnen welke uren zij haar werkzaamheden in de woning mocht verrichten. [verdachte] heeft bij de uitbuiting van [slachtoffer] niet een hoofdrol gespeeld, maar daaraan in de periode Ridderkerk wel een essentiële bijdrage geleverd.
Het hof is van oordeel dat uit het voorgaande blijkt dat [verdachte] op een zodanige wijze met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] heeft samengewerkt, dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking en een dusdanige bijdrage aan het delict dat sprake is van medeplegen. Zonder de bijdrage van [verdachte] had de uitbuiting van [slachtoffer] in Ridderkerk niet kunnen plaatsvinden.’
9 Blijkens het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 september 2019 heeft de raadsvrouw van de verdachte aldaar het woord tot verdediging gevoerd overeenkomstig haar overgelegde pleitnotities. Deze houden onder meer het volgende in (met weglating van voetnoten):
‘Sub 1
Gedragingen
4 Onder lid 1 sub 1 zijn drie elementen te onderscheiden. Om te komen tot een bewezenverklaring moet uw hof in deze zaak vaststellen dat er sprake is van een gedraging (werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen) onder uitoefening van dwang (geweld, dreiging met geweld, misleiding enzovoorts) met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer] .
5 Vaststaat dat cliente en medeverdachte [betrokkene 2] [slachtoffer] in de periode van 24 oktober 2015 tot en met 13 november 2015 onderdak hebben geboden, omdat [slachtoffer] om woonruimte verlegen zat. (…)
6 Cliente had er geen bezwaar tegen dat [slachtoffer] in het huis aan de [c-straat] prostitutie- werkzaamheden zou gaan verrichten. Dat deed zij zelf ook. Het was overigens [betrokkene 2] zijn woning; cliente had haar eigen woning. Ze verbleef echter wel vaak in Ridderkerk. Op dat moment was cliente geenszins op de hoogte van de situatie rondom [slachtoffer] . Het bieden van onderdak, daarbij wetende dat een betrokkene in de prostitutie werkt, is niet strafbaar.
7 Aarzelingen hieromtrent ontstonden pas later. Cliente vond het op zijn minst opmerkelijk dat [slachtoffer] steeds weer (dure) cadeaus voor [medeverdachte 4] kocht. Daarop hebben [betrokkene 2] en cliente [slachtoffer] gevraagd of zij gedwongen werd om in de prostitutie te werken. Dit ontkende zij stellig. Zij bleef herhalen dat [medeverdachte 4] haar vriend was en dat zij samen een toekomst aan het opbouwen waren. Zekerheidshalve heeft cliente nog aan [slachtoffer] aangeboden om naar haar huis in Vlissingen te gaan; dat wilde [slachtoffer] niet. [slachtoffer] heeft dit op 8 november 2016 bevestigd ten overstaan van de rechter-commissaris.
(…)
11 Cliente heeft [slachtoffer] geholpen met het (laten) maken van seksueel getinte foto's (ook vierde gedachtestreepje). [slachtoffer] vroeg dit aan cliente, omdat zij hiermee bekend was. Op de vraag waar bepaalde foto's van [slachtoffer] zijn gemaakt, heeft cliente het volgende geantwoord: "In de [c-straat] . Een fotograaf, dat vroeg [slachtoffer] aan mij speciaal. (...) ze had mijn foto 's gezien en had gevraagd of ze ook zulke foto 's kon krijgen. Ik heb toen een fotograaf gebeld."
12 Ook heeft cliente [slachtoffer] geholpen bij het aanmaken en opwaarderen van een advertentie (vierde gedachtestreepje). Wederom op haar verzoek en niet, zoals [slachtoffer] heeft verklaard op verzoek van [medeverdachte 4] . "(v) De advertentie in Ridderkerk, wie heeft die gemaakt? (a) Dat was [verdachte] omdat [medeverdachte 4] dat aan haar gevraagd had." Het eerste contactmoment tussen cliente en [medeverdachte 4] was pas op 29 oktober 2016 (BFK: ik begrijp 2015). [slachtoffer] had toen al een paar dagen gewerkt (met andere woorden: de advertentie was toen al in de lucht). Haar verklaring is (op dit punt) dan ook ongeloofwaardig. [slachtoffer] heeft dit aan cliente gevraagd, omdat zij op dat moment (al jaren) in de prostitutie-wereld zat en wist van de hoed en de rand. Cliente heeft over het opwaarderen verklaard dat zij een telefoonabonnement had en [slachtoffer] niet (en derhalve niet zelf kon bellen om de advertentie op te laten waarderen). Overigens heeft [slachtoffer] ook op andere gebieden hulp gevraagd bij cliente, zoals op het gebied van afvallen.
13 Cliente heeft zo af en toe - op verzoek van [slachtoffer] - haar telefoon beantwoord; daarbij is (logischerwijs) ook gesproken over de prijs. Dit is echter iets anders dan het boeken van klanten en het maken van een prijsafspraak met het oog op uitbuiting van [slachtoffer] (achtste en negende gedachtestreepje). Overigens heeft cliente aangegeven dat dames in die wereld dit voor elkaar doen; het beantwoorden van de telefoon. Zo ook anderen voor haar (als zij hiertoe niet in de gelegenheid was). Voorts heeft zij [slachtoffer] - wederom op haar verzoek - af en toe geholpen met het bijhouden van de administratie (tiende gedachtestreepje).
Dwangmiddelen
14 De in lid 1 onder sub 1 genoemde gedragingen zijn pas strafbaar als er ook sprake is van de inzet van dwangmiddelen en uitbuiting. De rechtbank heeft gemeend dat zowel sprake was van misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht alsmede van misbruik van een kwetsbare positie. "Verdachte wist dat [slachtoffer] verstandelijk beperkt was, dat zij psychische problemen had en dat zij tot over haar oren verliefd was op [medeverdachte 4] . Verdachte moet onder deze omstandigheden op zijn minst hebben begrepen dat [slachtoffer] niet haar eigen keuzes maakte en dat zij door [medeverdachte 4] werd misleid." Cliente wist dat [slachtoffer] , net als zij zelf, met psychische problemen kampte. Ze wist echter niet dat [slachtoffer] verstandelijk beperkt was. Dit blijkt ook niet uit het dossier. Wel volgt uit het dossier dat er stukken zijn aangetroffen in de tas van een medeverdachte met daarin een indicatiebesluit van [slachtoffer] waarin staat dat zij geen sociale zelfredzaamheid heeft en geheel afhankelijk is van begeleiding. Met die stukken was cliente niet bekend (dit volgt uit de verklaringen, noch uit de uitgewerkte WhatsApp-berichten). [slachtoffer] zelf heeft verklaard dat ze enkele medeverdachten stukken over haarzelf, haar IQ en haar psychische stoornissen heeft laten lezen; daarbij spreekt zij niet over cliente.
15 Voorts benoemd de rechtbank dat er sprake was van een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht waaraan [slachtoffer] geen weerstand kon bieden en dat cliente van deze omstandigheden op de hoogte zou zijn geweest.
16 In de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie wordt van een uitbuitingssituatie gesproken als er sprake is van een situatie die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Daarbij kan worden gedacht aan personen die uit het buitenland komen, die verslaafd zijn, grote schulden zijn aangegaan, hun paspoort hebben ingeleverd enzovoorts. (…) In onderhavige zaak is sprake van een volwassen vrouw die legaal in Nederland verbleef, niet verslaafd was en hier familie heeft. Haar mogelijkheid tot zelfbeschikking zou zij - hoofdzakelijk - zijn kwijtgeraakt, doordat zij verliefd is geworden. Ik zou menen dat uw hof terughoudend moet zijn in een dergelijk aanname.
(…)
19 In onderhavige zaak kan niet worden gesteld dat [slachtoffer] in de periode in Ridderkerk geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze had dan zich te prostitueren aldaar. Om te beginnen kon zij terugkeren naar haar ouderlijk woning; dit was te allen tijden een werkelijke en aanvaardbare keuze. Cliente heeft ook aangeboden dat [slachtoffer] haar appartement in Vlissingen mocht betrekken.
20 Cliente heeft [slachtoffer] nooit "in de gaten gehouden" (twaalfde gedachtestreepje). Zo heeft [slachtoffer] ten overstaan van de politie verklaard dat zij "kon gaan en staan waar zij wilde". Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft zij aangegeven dat zij zelf kon bepalen wanneer zij naar buiten ging en waar naartoe. Met deze verklaringen in het achterhoofd kan ik de opmerking van de advocaat-generaal dat cliente "[slachtoffer] controleerde" geenszins plaatsen. Voorts heeft [slachtoffer] in het verhoor bij de rechter-commissaris het volgende verklaard: "(v) Als je niet met klanten was in het huis bij [betrokkene 2] en [verdachte] , wat deed je dan? (a) Ik zat op de computer, of was beneden of ging naar buiten". "Ridderkerk was gewoon relaxed."
(…)
Uitbuiting
(…)
23 In de periode dat [slachtoffer] in Ridderkerk werkte, heeft zij geen onredelijk lange werkdagen gemaakt. Cliente heeft [slachtoffer] nimmer medegedeeld "binnen welke tijden zij haar werkzaamheden in de prostitutie moest verdienen" (zevende gedachtestreepje). Cliente stelde een woning ter beschikking, maar na 20:00 uur wilden zij geen vreemden meer in huis. Een niet meer dan redelijk verzoek. Dit was een afspraak die cliente met [slachtoffer] zelf heeft gemaakt en niet via anderen. Dit volgt ook niet uit het dossier.
24 Zoals reeds eerder opgemerkt controleerde cliente [slachtoffer] niet, noch beknotte zij [slachtoffer] bewegings- en keuzevrijheid. "(...) zij vertelde dat ik niet hoefde te werken als ik dat niet wilde." Dit heeft cliente ook verklaard ten overstaan van de politie: "Als ze niet wilde werken hoefde ze niet te werken." (…)
26 Voorts moet er gekeken worden naar eventueel economisch voordeel. Daarvan is echter geen sprake van geweest. Her en der wordt in het dossier gesproken over afspraken (die overigens per gesprekspartij(en) verschillen), maar niet met cliente. Zij heeft geen berichtje ontvangen waaruit bepaalde prijsafspraken volgen.
27 Hoe het voorgaande ook zij, nergens uit het dossier volgt concreet en ondubbelzinnig dat cliente inkomsten heeft ontvangen van [slachtoffer] . Cliente ontkent dit ten stelligste. De advocaat-generaal is daar desondanks heel stellig over. De afspraak was enkel dat de [slachtoffer] financieel zou bijdragen aan de kosten van de gezamenlijke huishouding. In het verlengde daarvan heeft zij een paar keer boodschappen betaald.
Tussenconclusie
28 Wat de verdediging betreft kunnen de tenlastegelegde handelingen die zien op het eerste lid onder sub 1 niet bewezen worden. Evenmin het ten laste gelegde medeplegen; hierover later meer.
Sub 4
29 Gelet op al hetgeen ik hiervoor heb opgemerkt, kan sub 4 voorts niet bewezen worden verklaard. Cliente heeft [slachtoffer] nooit gezegd dat zij moest werken in de prostitutie (derde gedachtestreepje). Ook heeft cliente [slachtoffer] nooit bewogen seksuele handelingen met klanten te ondergaan (elfde gedachtestreepje). Sterker nog; cliente heeft [slachtoffer] op haar hart gedrukt dat zij "baas over haar eigen lichaam" is.
Tussenconclusie
30 Wat de verdediging betreft kunnen de tenlastegelegde handelingen die zien op het eerste lid onder sub 4 niet bewezen worden. Evenmin het ten laste gelegde medeplegen; hierover later meer.
(…)
Medeplegen?
(…)
44 Kortom: cliente heeft enige betrokkenheid gehad bij het zich laten prostitueren van [slachtoffer] , maar die betrokkenheid is van onvoldoende gewicht voor een bewezenverklaring van medeplegen.’
Het eerste middel
10 De stellers van het middel klagen dat het hof bij het dwangmiddel ‘misleiding’ onder meer heeft geoordeeld dat de verdachte ‘zich bemoeide’ met het aanmaken van advertenties, het opwaarderen van die advertenties en het maken van foto’s en afspraken met klanten. Uit de gebezigde bewijsmiddelen zou blijken dat de verdachte zich daar op verzoek van aangeefster mee zou hebben bemoeid.
11 Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard (kort gezegd) dat zij tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer] , telkens door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gehuisvest met het oogmerk van seksuele uitbuiting en [slachtoffer] heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard dan wel handelingen heeft ondernomen waarvan de verdachte en haar mededaders wisten dat [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard. Vervolgens zijn een aantal gedragingen bewezenverklaard waar dit huisvesten, dit bewegen en deze handelingen in hebben bestaan, waaronder het aanmaken van advertenties voor [slachtoffer] en het plaatsen van deze advertenties op een of meer sekssites onder een andere naam.
12 Dat het hof medeplegen bewezen heeft verklaard brengt mee dat niet alleen misleiding door de verdachte maar ook misleiding door de mededaders relevant is. Uit ’s hofs bewijsoverweging blijkt dat het hof in het bijzonder misleiding door [medeverdachte 4] in aanmerking heeft genomen, die [slachtoffer] in strijd met de waarheid heeft voorgespiegeld dat hij een relatie met haar had, dat hij haar wilde helpen om haar schulden af te betalen en dat hij met het verdiende geld samen met haar een toekomst wilde opbouwen. Vervolgens stelt het hof vast dat uit de stukken in het dossier blijkt dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] andere plannen met [slachtoffer] hadden en dat de verdachte daar in belangrijke mate aan heeft bijgedragen. Dat plan was [slachtoffer] weer in de prostitutie te laten werken. De bijdrage van de verdachte bestond er onder meer in dat zij zich ‘bemoeide’ met het aanmaken van een seksadvertentie op sekssites, het opwaarderen van die advertentie, het maken van seksueel getinte foto’s en het maken van afspraken met klanten. Dat de verdachte zich daarmee bemoeide wordt in cassatie niet bestreden, gesteld wordt slechts dat uit de bewijsmiddelen zou blijken dat de verdachte zich daar op verzoek van aangeefster mee bemoeide.
13 In de tot het bewijs gebezigde verklaring die aangeefster op 23 december 2015 bij de politie heeft afgelegd verklaart zij dat advertenties zijn geplaatst, ‘volgens mij door [verdachte] ’ (BFK: verdachte) en dat zij niet wist ‘welk telefoonnummer daar in stond’ (bewijsmiddel 4). In de verklaring die aangeefster op 1 februari 2016 heeft afgelegd, verklaart zij vervolgens dat de verdachte die advertentie gemaakt had ‘omdat [medeverdachte 4] (BFK: medeverdachte [medeverdachte 4]) dat aan haar gevraagd had’ (bewijsmiddel 5). In de verklaring die aangeefster op 9 november 2016 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd heeft zij verklaard dat de verdachte de telefoon deed als zij zich niet goed voelde. Zij sprak dan niet af met klanten maar voelde zich ‘wel goed genoeg om betaalde seks te hebben’. De vraag of er foto’s van haar zijn gemaakt in uitdagende posities beantwoordt aangeefster bevestigend, de vraag of zij daar zelf om gevraagd heeft beantwoordt zij ontkennend. De verdachte maakte de advertenties volgens aangeefster en zorgde volgens haar elke dag voor een upgrade (bewijsmiddel 7). Uit de appberichten blijkt voorts dat de verdachte op 29 oktober 2015 aan [medeverdachte 4] appt dat zij goede foto’s (van aangeefster) nodig heeft ‘om te werken’ en dat zij ‘moet afwisselen van die foto’s’. Twee dagen later geeft de verdachte door dat zij ‘blote foto’s nodig’ heeft en dat de foto’s ‘nu klaar’ zijn. Op 15 november 2015 geeft de verdachte aan [medeverdachte 4] door dat zij hem de foto’s ‘van de shoot’ wil sturen (bewijsmiddel 13). De voor het bewijs gebezigde verklaring die de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg heeft afgelegd houdt in dat zij ‘een advertentie (heeft) gemaakt voor [slachtoffer] ’; heeft ‘geregeld dat er foto’s van haar werden gemaakt’; ‘de werktelefoon (heeft) opgenomen als [slachtoffer] even boven was’ en ‘de advertentie (heeft) opgewaardeerd op haar verzoek’ (bewijsmiddel 15). Bij de politie had de verdachte op 2 maart 2016 reeds verklaard dat de foto’s van aangeefster zijn gemaakt door een fotograaf en dat zij de advertentie had opgewaardeerd (bewijsmiddel 17).
14 Uit de bewijsmiddelen kan al met al niet worden afgeleid dat het aanmaken van advertenties, het maken van foto’s en het maken van afspraken met klanten op verzoek van aangeefster plaatsvond. Aangeefster ontkent expliciet dat het maken van foto’s op haar verzoek plaatsvond. Dat aangeefster aan de verdachte heeft verzocht om haar advertentie op te waarderen (bewijsmiddel 15) is in het licht van de bewijsvoering als geheel niet aannemelijk; dat het hof deze passage voor het bewijs heeft gebezigd zou als een kennelijke misslag aangemerkt kunnen worden. Maar ook als dat anders zou zijn doet de omstandigheid dat aangeefster om het opwaarderen zou hebben verzocht niet af aan de begrijpelijkheid van de bewijsoverweging. Kenmerk van misleiding is dat aan het slachtoffer, zoals het hof aangeeft, doelbewust een foute voorstelling van zaken wordt gegeven. Die misleiding kan tot gevolg hebben dat het slachtoffer ook op andere wijze dan door het enkel verrichten van seksuele handelingen aan de uitvoering van het plan meewerkt.
15 De stellers van het middel klagen voorts over ’s hofs overweging dat de verdachte over het prostitutiewerk contact had met [medeverdachte 4] en niet met aangeefster zelf. Ook dit oordeel zou onbegrijpelijk en/of onjuist zijn nu door de verdediging gemotiveerd zou zijn aangevoerd dat aangeefster zelf kon bepalen wanneer ze werkte, dat ze mocht stoppen als ze moe was en dat de verdachte zelf met aangeefster afspraken heeft gemaakt omtrent de werktijden. De stellers van het middel wijzen er ook op dat uit de bewijsmiddelen volgt dat medeverdachte [medeverdachte 4] wilde dat aangeefster seks had tijdens haar menstruatie terwijl de verdachte heeft gezegd dat zij dit niet goed vond, en dat door de verdediging is gewezen op de omstandigheid dat de verdachte tegen [medeverdachte 4] andere dingen zei dan tegen aangeefster.
16 Onder het kopje ‘misleiding’ heeft het hof overwogen dat [medeverdachte 4] de (financiële) afspraken met de verdachte had gemaakt en dat [slachtoffer] daar niet bij werd betrokken. Het hof overweegt voorts dat de verdachte zich bemoeide met het aanmaken en opwaarderen van een seksadvertentie op sekssites, het maken van seksueel getinte foto’s en het maken van afspraken met klanten. En dat de verdachte aan [medeverdachte 4] vroeg of [slachtoffer] moest werken als zij ongesteld was. Ten slotte overweegt het hof dat de verdachte aan [medeverdachte 4] de werktijden van [slachtoffer] doorgaf en wanneer zij afspraken had staan. Daaruit leidt het hof af dat de verdachte over het prostitutiewerk van [slachtoffer] contact had met [medeverdachte 4] , en niet met [slachtoffer] zelf. Daarmee heeft het hof, gelet op de context van deze zin, kennelijk bedoeld dat de verdachte met [medeverdachte 4] , die bij de misleiding van aangeefster de centrale rol speelde, buiten aangeefster om afspraken maakte over het prostitutiewerk van aangeefster.
17 In verband met deze deelklacht is van belang dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat aangeefster in de verklaring die zij op 19 december 2015 bij de politie heeft afgelegd heeft verklaard dat zij ‘naar Ridderkerk (is) gebracht door een andere man’ en dat [medeverdachte 4] daar één keer per week geld kwam halen. Zij verklaart dat zij woonde bij ‘ [verdachte] en [betrokkene 2] . Daar ben ik gedumpt. Dat had [medeverdachte 4] geregeld’. En dat zij daar zelf niets van wist (bewijsmiddel 3). In de verklaring die aangeefster op 23 december 2015 bij de politie heeft afgelegd verklaart zij dat [verdachte] en [betrokkene 2] ‘zeiden je begint om 09.00 uur maar als je later wilt beginnen is dat goed’, dat zij in het weekend niet ‘hoefde’ te werken en dat zij het ‘oké’ vonden dat zij liever niet wilde werken als zij ongesteld was. Ook vertelt zij dat de verdachte ‘heel relaxed’ was; ‘als ik ergens naar toe wilde kon ik gewoon gaan’. Zij mocht dit alleen ‘niet tegen [medeverdachte 4] zeggen omdat [medeverdachte 4] had gezegd tegen [verdachte] dat ik niet weg mocht’. Verder verklaart aangeefster dat zij ‘een werktelefoon (had) gekregen van [verdachte] . Dat had [medeverdachte 4] geregeld’ (bewijsmiddel 4). In de verklaring die aangeefster op 9 november 2016 bij de rechter-commissaris aflegt verklaart zij dat zij alleen als zij zich niet lekker voelde eerder ‘mocht’ stoppen en dat de afspraak van 9 tot 9 met ‘hun beiden’ was gemaakt (bewijsmiddel 7). Voorts hebben [medeverdachte 4] en de verdachte op 29 oktober 2015 appberichten uitgewisseld over de vraag of aangeefster kon werken als ze ongesteld was. [medeverdachte 4] geeft daarbij aan dat dit ‘jullie regels’ zijn. Op 30 oktober 2015 vraagt de verdachte aan [medeverdachte 4] of aangeefster mee zou kunnen helpen (BFK: bij, zo begrijp ik, de verhuizing). En zij meldt aan [medeverdachte 4] dat aangeefster die avond drie afspraken heeft staan en dat zij de vorige dag vijf klanten heeft gehad. De volgende dag hebben [medeverdachte 4] en de verdachte weer contact. Daarbij gaat het over foto’s (BFK: ten behoeve van advertenties op sekssites). Op 15 november 2015 hebben [medeverdachte 4] en de verdachte contact over foto’s van aangeefster en advertenties (bewijsmiddel 13). In de verklaring die de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank van 8 december 2016 heeft afgelegd, is zij onder meer ingegaan op de inhoud van een appbericht en heeft zij aangegeven dat zij [medeverdachte 4] daarin vroeg ‘of hij een andere dag wilde komen, zodat [slachtoffer] langer kon werken’ (bewijsmiddel 15). In de verklaring die de verdachte op 2 maart 2016 bij de politie had afgelegd, verklaarde zij over afspraken met betrekking tot de prostitutiewerkzaamheden van aangeefster, inhoudend ‘dat er niet gewerkt werd in het weekend en ook niet tot laat’. De verdachte verklaart dat zij die afspraak met aangeefster heeft gemaakt (bewijsmiddel 17).
18 In het bijzonder uit de verklaringen van aangeefster heeft het hof kunnen afleiden dat [medeverdachte 4] buiten aangeefster om met de verdachte (financiële) afspraken had gemaakt. Bij de bespreking van de vorige deelklacht bleek dat het hof uit de bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden dat de verdachte zich bemoeide met het aanmaken van een seksadvertentie op sekssites, het opwaarderen van die advertentie, het maken van seksueel getinte foto’s en het maken van afspraken met klanten. Het hof heeft uit een appbericht van 29 oktober 2015 kunnen afleiden dat de verdachte aan [medeverdachte 4] vroeg of [slachtoffer] ook moest werken als zij ongesteld was. En uit een appbericht van 30 oktober 2015 blijkt dat de verdachte [medeverdachte 4] informeert over afspraken met klanten die aangeefster die dag en de vorige dag had. Uit een en ander heeft het hof kunnen afleiden dat de verdachte buiten aangeefster om met [medeverdachte 4] afspraken maakte over het prostitutiewerk van aangeefster. Aan de begrijpelijkheid van deze vaststelling en de rolverdeling die daaruit naar voren komt doet niet af dat de voor het bewijs gebezigde verklaring die de verdachte bij de politie heeft afgelegd, inhoudt dat zij met aangeefster ‘afspraken’ heeft gemaakt over wanneer zij werkte. Uit de voor het bewijs gebezigde verklaringen die aangeefster heeft afgelegd, heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk afgeleid dat deze afspraken niet op voet van gelijkwaardigheid zijn gemaakt. Dat aangeefster ‘mocht’ stoppen als ze moe was, en dat de verdachte het ‘oké’ vond dat zij niet werkte als zij ongesteld was, bevestigt dat aangeefster werkte volgens de regels die de verdachte (in overleg met [medeverdachte 4] ) stelde. Dat deze regels minder strak waren dan op andere plaatsen waar aangeefster heeft gewerkt, doet daar niet aan af.
19 De stellers van het middel wijzen er in verband met het dwangmiddel misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht op dat het hof in deze context onder meer heeft overwogen dat aangeefster van [medeverdachte 4] geen contact mocht hebben met anderen en dat de verdachte op de hoogte was van het overwicht dat [medeverdachte 4] op aangeefster had en daarvan misbruik heeft gemaakt. Die vaststelling zou onbegrijpelijk en/of onjuist zijn nu uit de bewijsmiddelen zou blijken dat aangeefster een privételefoon had en juist niet zou kunnen blijken dat de verdachte misbruik heeft gemaakt van een eventueel overwicht van [medeverdachte 4] op aangeefster. De verdachte zou juist meermalen hebben gevraagd of aangeefster gedwongen was en zou ook tegen de wil van [medeverdachte 4] in zijn gegaan, bijvoorbeeld ten aanzien van het werken met een sponsje tijdens de menstruatie.
20 In de bewijsoverweging die betrekking heeft op het dwangmiddel ‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ neemt het hof als uitgangspunt dat aan dit bestanddeel is voldaan indien de prostituee verkeert of komt te verkeren in een situatie die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een ‘mondige prostituee’ in Nederland pleegt te verkeren. Van dergelijke omstandigheden is naar ’s hofs oordeel sprake. Als eerste omstandigheid noemt het hof de verliefdheid van [slachtoffer] op [medeverdachte 4] . Als tweede omstandigheid noemt het hof het zwakbegaafd en beïnvloedbaar zijn van [slachtoffer] . En als derde omstandigheid noemt het hof dat [slachtoffer] van [medeverdachte 4] geen contacten mocht onderhouden met anderen dan met hem, zijn mededaders en haar ouders. Die laatste vaststelling zou onbegrijpelijk zijn, zo begrijp ik het middel, nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte een privételefoon had.
21 In de verklaring die aangeefster op 23 december 2015 bij de politie heeft afgelegd, verklaart zij onder meer dat zij ‘een werktelefoon (had) gekregen van [verdachte] . Dat had [medeverdachte 4] geregeld. Ik had zelf een eigen telefoon waar ik contact mee had met [medeverdachte 4] ’ (bewijsmiddel 4). In de verklaring die aangeefster op 3 maart 2016 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd, heeft zij verklaard: ‘U vraagt mij of ik in Ridderkerk niet opgesloten zat. Ik mocht van [medeverdachte 4] geen telefoon met internet, niet op facebook e.d.’ (bewijsmiddel 6). Dat wordt bevestigd door de appberichten, waarin [medeverdachte 4] aangeefster al op 24 oktober 2015, vlak na aankomst in Ridderkerk, laat weten: ‘Je heb geen contact ben je vergeten. Luister je heb 3 mensen, mij, die mensen daar en je ouders, verder niks en niemand, geen account Badoo’ (bewijsmiddel 13). Uit deze bewijsmiddelen heeft het hof kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat aangeefster van [medeverdachte 4] geen contacten mocht onderhouden met anderen dan met hem, zijn mededaders en haar ouders.
De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914
- HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1452
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- HR 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2771
- Hof Den Haag 15 september 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2681
- Rb. Amsterdam 17 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:4783
- HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099
- HR 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5235