Conclusie A-G Harteveld 9 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1224

Overtreding ex art. 165 WVW 1994. Afwijzing getuigenverzoek toereikend gemotiveerd? HR stelt overwegingen van het EHRM in de zaak Keskin tegen Nederland m.b.t. het horen van “prosecution witnesses” (getuigen à charge) en “defence witnesses” (getuigen à décharge) voorop. Verder wijst HR op HR:2017:1015 m.b.t. de motivering van een tot de zittingsrechter gericht getuigenverzoek. HR overweegt dat de uit Keskin tegen Nederland voortvloeiende bijstelling m.b.t. de onderbouwing van getuigenverzoeken door de verdediging aan de orde is als het verzoek betrekking heeft op een getuige t.a.v. wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al – in het vooronderzoek of anderszins – een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. Het gaat dan om een verklaring die door de rechter voor het bewijs van het tlgd feit zou kunnen worden gebruikt of al is gebruikt (vgl. HR:2021:576 (post-Keskin)). I.c. heeft de raadsman van verdachte verzocht om A als getuige op te roepen en te horen. Uit het verzoek en het verhandelde t.tz. blijkt niet dat A – in het vooronderzoek of anderszins – al een verklaring had afgelegd met een belastende strekking, zodat het verzoek niet betrekking heeft op een getuige die een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. Dat betekent dat de uit HR:2017:1015 voortvloeiende regel geldt dat het getuigenverzoek door de verdediging moet worden gemotiveerd. Hof heeft het getuigenverzoek afgewezen op de grond dat de noodzaak tot het horen van deze getuige niet is gebleken. Daarin ligt als ’s hofs oordeel besloten dat de verdediging ontoereikend heeft gemotiveerd waarin het belang is gelegen om A als getuige te horen. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is – gelet op de onderbouwing van het verzoek – ook niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken