Conclusie A-G Spronken 27 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:990

Conclusie AG. Verwerping verweer tot bewijsuitsluiting. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat op het moment dat de verdachte werd staande gehouden en aan hem, nadat de verbalisant een sterke hennepgeur had waargenomen, is gevraagd of hij drugs bij zich had en de buddyseat van zijn scooter te openen, er nog geen sprake was van een verhoorsituatie en ook geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. De AG stelt zich met verwijzing naar HR 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2056, NJ 2019/309 op het standpunt dat het middel daarover terecht klaagt. Het middel hoeft bij gebrek aan belang niet tot cassatie te leiden omdat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte niet in zijn belang is geschaad door het achterwege laten van de cautie. De bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd, ook als daaruit de verklaring van de verdachte waarvan het cassatiemiddel (impliciet) het gebruik als bewijs bestrijdt, wordt weggelaten. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken