Conclusie A-G Paridaens 31 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:503

Phishing-fraude. Medeplegen van computervredebreuk (art. 138ab Sr), medeplegen (poging tot) diefstal d.m.v. valse sleutel (art. 311.1.5 Sr), medeplegen (poging tot) oplichting (art. 326 Sr), deelname aan criminele organisatie die zich richt op het plegen van phishing, oplichting en diefstal. (art. 140.1.Sr). Middelen over 1. innerlijke tegenstrijdigheid in de bewijsvoering m.b.t. poging diefstal in feit 3 en 2. over de verbeurdverklaring van een breekijzer. Ad 1. gelet op de in de bewijsoverwegingen van het hof genoemde f&o en het daarop gebaseerde oordeel dat “het onder 3 primair tlgde. in de zaak A wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard”, de in het arrest vermelde kwalificatie - te weten: “poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht doormiddel van valse sleutels, meermalen gepleegd” - en de verklaring in het dictum dat verdachte het onder 3 tlgde. heeft begaan, moet worden aangenomen dat het hof heeft bedoeld bewezen te verklaren dat - kort gezegd - verdachte en ten minste één mededader ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een geldbedrag van ongeveer € 21.285 van A weg te nemen, zich toegang hebben verschaft tot de internetbankrekening van A en dat geldbedrag van de bankrekening van A hebben ontspaard. Hof heeft kennelijk bij vergissing de daarop betrekking hebbende onderdelen van de voor de bewezenverklaring gebruikte tekst van de tll doorgehaald. HR leest bewezenverklaring onder 3 verbeterd, zoals is weergegeven in de CAG. Klacht mist hierdoor feitelijke grondslag. Ad 2. Hof heeft in de bestreden uitspraak niet vastgesteld dat en waarom aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring van het breekijzer is voldaan. De verbeurdverklaring is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed en zal aan verdachte worden teruggegeven. HR doet de zaak zelf af en vernietigt de verbeurdverklaring van het breekijzer. HR ambtshalve: hof heeft verdachte de verplichtingen opgelegd om aan de Staat t.b.v. de in het arrest genoemde slachtoffers de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest genoemde aantal dagen hechtenis. HR zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast, cfm. ECLI:NL:HR:2020:914 en aan verdachte met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling opleggen van gelijke duur. Volgt gedeeltelijke vernietiging. CAG: anders t.a.v. verbeurdverklaring breekijzer.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken