HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:921
Fraude bij internetbankieren d.m.v. “phishing”. Medeplegen poging tot diefstal van geldbedragen van A en B d.m.v. valse sleutel (art. 311.1 Sr). 1. Ontbreken deel bewezenverklaring. Bevat ’s hofs uitspraak m.b.t. poging tot diefstal van geldbedrag van C innerlijk tegenstrijdige beslissingen? 2. Verbeurdverklaring van breekijzer. 3. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. Gelet op in ’s hofs bewijsoverwegingen genoemde f&o en daarop gebaseerd oordeel dat “het onder 3 primair tlgd. in de zaak C wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard”, in arrest vermelde kwalificatie - te weten: “poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht doormiddel van valse sleutels, meermalen gepleegd” - en verklaring in dictum dat verdachte onder 3 tlgd. heeft begaan, moet worden aangenomen dat hof heeft bedoeld bewezen te verklaren dat - kort gezegd - verdachte en ten minste één mededader ter uitvoering van voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening geldbedrag van ongeveer € 21.285 van C weg te nemen, zich toegang hebben verschaft tot internetbankrekening van C en dat geldbedrag van bankrekening van CA hebben ontspaard. Hof heeft kennelijk bij vergissing daarop betrekking hebbende onderdelen van voor bewezenverklaring gebruikte tekst van tll. doorgehaald. HR leest bewezenverklaring onder 3 verbeterd. Ad 2. Hof heeft in de bestreden uitspraak niet vastgesteld dat en waarom aan voorwaarden voor verbeurdverklaring van breekijzer is voldaan. Verbeurdverklaring is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed. HR vernietigt ’s Hofs uitspraak wat betreft verbeurdverklaring breekijzer en gelast teruggave daarvan aan verdachte. Ad 3. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichtingen opgelegd om aan Staat t.b.v. in het arrest genoemde slachtoffers in arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ‘s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. CAG: anders t.a.v. verbeurdverklaring breekijzer.
De uitspraak op rechtspraak.nl