Conclusie A-G Bleichrodt 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:327
Strafmotivering. Het hof heeft in strijd met art. 359.6 Sv in zijn uitspraak niet in het bijzonder de redenen opgegeven die hebben geleid tot het opleggen van een (onvoorwaardelijke) vrijheidsbenemende straf. Dat verzuim leidt o.g.v. art. 359.8 Sv tot nietigheid (vgl. ECLI:NL:HR:2016:2191). Volgt vernietiging en terugwijzing t.a.v. de strafoplegging. Samenhang tussen 19/01407, 19/01408 en 19/01409.
De uitspraak op rechtspraak.nl