Conclusie A-G Niessen 5 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:210
A-G Niessen heeft conclusie genomen betreffende de heffing ter zake van een uitkering uit een overeenkomst van levensverzekering die in 1995 premievrij was gemaakt. De belanghebbende sloot op 16 maart 1993 een overeenkomst waarbij een uitkering in 2013 werd verzekerd tegen premiebetaling gedurende de looptijd maar niet langer dan tot eventueel vooroverlijden. In 1995 werd de polis premievrij gemaakt met vermindering van de verzekerde uitkering. De Inspecteur belastte in 2013 de uitkering minus de betaalde premies in box 1. Belanghebbende stelde dat de uitkering onbelast was. De Rechtbank was het eens met de belanghebbende, maar het Hof volgde de Inspecteur. De A-G betoogt dat de polis aanvankelijk een levensverzekering inhield, maar vanaf het moment van premievrijmaking door het ontbreken van levensrisico een spaarcontract vormde. Naar mijn oordeel is de polisrente die tot 31 december 2000 is aangegroeid, onder het overgangsrecht belast in box 1 in 2013. Vanaf 2001 is de poliswaarde jaarlijks belastbaar in box 3. Volgt conclusie tot vernietiging en verwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl