Hof Den Haag 20 april 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:767

Uitspraak na verwijzing door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:1369). Na het premievrij maken in 1995 van de als “vaste termijnverzekering” aangeduide overeenkomst is geen sprake meer van een levensverzekering maar van een spaarcontract. De heffing over de renteaangroei in de periode tussen het premievrij maken en 31 december 2000 vindt plaats volgens de bepalingen van de invoeringswet IB 2001 (onderdeel AK). De bepaalde inkomsten uit vermogen worden voor de toepassing van de Wet IB 2001 aangemerkt als inkomen uit werk en woning. De renteaangroei wordt in goede justitie vastgesteld. Aangezien gesteld noch gebleken is dat de op 1 januari 2013 in aanmerking te nemen rendementsgrondslag het heffingvrije vermogen heeft overschreden, ziet het Hof geen aanleiding in het onderhavige jaar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen vast te stellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken