Conclusie A-G Hofstee 3 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1008

Conclusie AG. Door openbaar ministerie ingesteld cassatieberoep. AG gaat in op de processuele voorvraag of dit beroep aan de verdachte in persoon is aangezegd dan wel zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat het beroep de verdachte bekend is (art. 433.1 Sv). De AG beantwoordt deze vraag in bevestigende zin. Middel OM klaagt (i) dat het door de deskundige opgestelde rapport omtrent de samenstelling van het inbeslaggenomen witte poeder – welk onderzoeksmateriaal later in het ongerede is geraakt – alsmede de over dat rapport afgelegde verklaringen en het door een andere deskundige uitgebrachte rapport moeten worden aangemerkt als ‘resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen’ en (ii) dat met ‘het vernietigen (of het anderszins in het ongerede geraakt zijn) van alle monsters een inbreuk is gemaakt op een fundamenteel element van verdachte recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM’. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing van de zaak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken