Conclusie A-G Spronken 23 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:426
Conclusie AG. Beklag, beslag ex art. 1:37.1 Algemene douanewet (Adw) op personenauto. Ongegrondverklaring klaagschrift en afwijzing geldelijke tegemoetkoming, art. 33c.2 Sr. De rechtbank heeft vastgesteld dat de inbeslaggenomen personenauto kennelijk is ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Daarnaast ligt in het oordeel van de rechtbank besloten dat de personenauto niet aan de klager (mede)toebehoort en het dus ook niet de klager is die onevenredig wordt getroffen bij het vervallen aan de Staat van het voertuig. Dit oordeel draagt de ongegrondverklaring van het klaagschrift en de afwijzing van het verzoek tot geldelijke tegemoetkoming zelfstandig, wat er ook verder zij van het oordeel van de rechtbank. Geen steun in het recht voor de opvatting dat de rechter bij de beoordeling van het klaagschrift ook moet betrekken of de minister van Financiën al dan niet gebruik maakt van zijn bevoegdheid ex art. 1:37.8 Adw de aan de Staat vervallen voorwerpen/voertuigen terug te geven en/of onder welke voorwaarden die bevoegdheid wordt benut. De AG stelt zich op het standpunt dat de Hoge Raad het cassatieberoep dient te verwerpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Spronken 6 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1202
- Conclusie A-G Spronken 18 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:993
- HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1156
- Conclusie A-G Spronken 3 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:289
- HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3632
- Rb. Middelburg 13 november 2012, ECLI:NL:RBMID:2012:BY2949
- HR 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1533
- HR 3 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO0610
- HR 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4209
- HR 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2644
- HR 8 juli 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1210
- HR 14 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0454
- HR 2 april 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC8769