Conclusie A-G Machielse 18 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1241
Zware mishandeling, art. 302.1 Sr. Heeft Hof verzuimd te reageren op uos inhoudende dat Hof omstandigheid dat verdachte aanvankelijk door OM was opgeroepen voor TOM-zitting dient "mee te nemen bij de bepaling van de eventuele strafmaat"? Hof heeft verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Hof heeft het aangevoerde kennelijk niet opgevat als uos i.d.z.v. art. 359.2, tweede volzin, Sv. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is - mede in het licht van het vereiste dat zo'n standpunt door argumenten geschraagd dient te zijn - niet onbegrijpelijk (vgl. ECLI:NL:HR:2006:AU9130). Overigens leidt omstandigheid dat OM in een eerdere fase in de procedure verdachte opriep voor TOM-zitting (waar OM niet meer dan 120 uren taakstraf kan opleggen), maar vervolgens tot dagvaarding overging, er niet toe dat OM bij het formuleren van de strafeis was gebonden aan een maximum van 120 uren taakstraf. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:718
- HR 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:659
- HR 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2492
- HR 27 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1283
- HR 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2055
- HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005
- HR 25 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3376
- HR 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0863
- HR 25 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4987
- HR 15 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5162
- HR 28 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT1816
- HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6142
- HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6467
- HR 29 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2745
- HR 9 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD4870
- HR 21 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR5092