HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6142

1. Getuigenverzoek. 2. Bewijsklacht. 3. Aanhouding verdachte ism de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit? Vormverzuim? 4. Strafmotivering. Ad 1. Het Hof heeft 2 vd 6 verzochte politieambtenaren opgeroepen. Gelet daarop is ’s Hofs oordeel dat verdachte door het afwijzen van de 4 anderen niet in zijn verdediging wordt geschaad, mede gelet op hetgeen door de verdediging aan dat verzoek ten grondslag is gelegd, niet onbegrijpelijk. Ad 2. Het moet ervoor worden gehouden dat ‘s Hofs uitsplitsing van de bewijsmiddelen een kennelijke misslag is. De HR leest de bewijsvoering met herstel van deze misslag, waarna het onder 2 bewezenverklaarde uit de bewijsvoering kan worden afgeleid. Ad 3. Vzv. het middel klaagt dat ’s Hofs motivering niet voldoet aan art. 359.2. Sv (uos) miskent het dat het i.c. gaat om een beroep op toepassing van art. 359a Sv waarvoor de motiveringsplicht geldt a.b.i. HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004/376, rov. 3.7. HR verstaat ’s Hofs oordeel aldus dat verdachtes aanhouding niet zodanig in strijd is met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit dat sprake is van een verzuim dat tot strafvermindering zou leiden. Ad 4. Nu het JD van de verdachte één onherroepelijke veroordeling inhoudt is de strafmotivering ontoereikend gemotiveerd. Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen