Conclusie A-G Knigge 6 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1222

Vordering tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 2 mei 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:4314). Centraal staat de vraag of de zittingsrechter de gevangenneming kan bevelen als de verdachte zich reeds in voorlopige hechtenis bevindt. De vordering spitst zich daarbij toe op de situatie waarin een strafbaar feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, gevoegd wordt behandeld met een ander feit, waarvoor geen bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven. De vraag is of de zittingsrechter dan ten aanzien van dat andere feit de gevangenneming kan bevelen. Wordt op die wijze art. 67b lid 3 Sv, dat aanvulling van de feiten waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, verbiedt als de dagvaarding is uitgebracht, omzeild? De A-G betoogt dat dit niet het geval is en meent dan ook dat het andersluidende oordeel van het hof Arnhem-Leeuwarden onjuist is. Op die grond vordert de A-G dat de Hoge Raad de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden in het belang der wet zal vernietigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken