Conclusie A-G Aben 17 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:65

Executieverjaring WOTS. Verjaring recht tot tenuitvoerlegging i.c. beoordeeld naar het recht van de staat van tenuitvoerlegging. HR: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: op de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraak is het Nederlandse recht, waaronder de Nederlandse verjaringsregels, van toepassing. Ingevolge die regels is het recht tot uitvoering van de door Rb. opgelegde straf niet door verjaring vervallen. Volgt verwerping van het beroep. CAG: Vervolg op HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8291, NJ 2013//204. Bulgarije verzocht op 4 september 2008 om de overdracht van de tenuitvoerlegging van een Bulgaars vonnis van 28 september 1992 waarbij X wegens (kortgezegd) moord was veroordeeld tot zeventien jaren en zes maanden gevangenisstraf. De Nederlandse Rb. verleent bij vonnis van 22 juni 2016 verlof tot tenuitvoerlegging en veroordeelt X tot een gevangenisstraf voor de duur van 826 dagen gevangenisstraf waarvan 720 voorwaardelijk. In de schriftuur wordt aangevoerd dat tijdens de cassatieprocedure het recht tot tenuitvoerlegging naar Bulgaars recht is verjaard. CAG: middel faalt omdat in Nederland de vrijheidsstraf die de Nederlandse exequaturrechter heeft uitgesproken ten uitvoer wordt gelegd en niet de Bulgaarse straf. Verjaring van het recht tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende sanctie naar het recht van de veroordelende staat is relevant tot het moment waarop die sanctie is omgezet naar het recht van de staat van tenuitvoerlegging. Naar Nederlands recht is het recht tot tenuitvoerlegging niet verjaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken