Conclusie A-G Vellinga 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:401

OM-cassatie tegen beschikking Rb op h.b. OvJ tegen beschikking RC tot onmiddellijke invrijheidstelling verdachte, art. 59a, 59c en 446.2 Sv. De stukken van het geding laten geen andere uitleg toe dan dat - de beschikking van de RC, waarbij verdachtes verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling is toegewezen, mede strekt tot afwijzing van de vordering van de OvJ tot de inbewaringstelling van de verdachte, - het door de OvJ ingestelde h.b. tegen de beschikking van de RC zich mede uitstrekt over deze afwijzing van de vordering tot inbewaringstelling, en - de ongegrondverklaring van het beroep van de OvJ door de Rb diens beroep tegen de afwijzing van de vordering tot inbewaringstelling omvat. Gelet hierop mist de klacht dat RC en Rb hebben verzuimd te beslissen over vordering tot verlenen bevel tot bewaring, feitelijke grondslag. V.zv. middel klaagt dat de vordering is afgewezen zonder "rekenschap te geven van de reden die tot die afwijzing heeft geleid", mist het eveneens feitelijke grondslag. Volgt verwerping. Samenhang met 16/05983 B. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken