Conclusie A-G Vegter 5 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1592
Strafmotivering, verwijzing naar niet tenlastegelegde feiten. Kon Hof bij strafoplegging betrekken dat verdachte ook na bewezenverklaard feit “geen schoon strafblad heeft gehouden”? HR herhaalt ECLI:NL:HR:2017:2391 m.b.t. het betrekken van niet tenlastegelegd feit bij de strafoplegging. Uit 's Hofs verwijzing naar de omstandigheid "dat verdachte ook na dit feit geen schoon strafblad heeft gehouden" blijkt niet met de te dezen vereiste mate van nauwkeurigheid of het Hof daarmee alleen doelt op hetzij onherroepelijke hetzij niet-onherroepelijke veroordelingen, waaronder ook begrepen strafbeschikkingen, dan wel ook op andere mutaties in de strafrechtelijke documentatie betreffende verdachte, zoals sepots, vrijspraken en niet-afgedane zaken. Gelet op hetgeen door en namens verdachte ttz. in h.b. is aangevoerd, verstaat HR de in ongelukkig gekozen bewoordingen gestelde verwijzing evenwel aldus dat het Hof daarmee als onderdeel van zijn motivering van de straf slechts tot uitdrukking heeft willen brengen dat het - in weerwil van hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken passend en geboden acht en dat het in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding ziet voor oplegging van een gevangenisstraf van een dag in combinatie met een werkstraf. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting.
De uitspraak op rechtspraak.nl