Conclusie A-G Knigge 17 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1305
Bestuursrechtelijke sanctie van huisverbod in combinatie met strafrechtelijke vervolging t.z.v. mishandeling, beroep op niet-ontvankelijkheid OM. Huisverbod a.b.i. art. 2 Wet tijdelijk huisverbod punitieve sanctie? Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het huisverbod opgelegd door de burgemeester ertoe strekt de veiligheid van personen met wie een huishouden wordt gedeeld te waarborgen en een periode te creëren, waarin maatregelen kunnen worden genomen om de dreiging van huiselijk geweld te doen wegnemen en dus om in een noodsituatie escalatie te voorkomen en hulp te bieden. Het voorziet primair in de mogelijkheid om vroegtijdig op te treden uit een oogpunt van bescherming en preventie waardoor huiselijk geweld kan worden voorkomen en kan worden voorzien in een afkoelingsperiode. Gelet hierop is een besluit tot oplegging en verlenging van een huisverbod niet punitief van aard en geen 'criminal charge' a.b.i. art. 6 EVRM (zie ook ECLI:NL:RVS:2013:BZ2495 en ECLI:NL:RVS:2017:1922). Aan verdachte is een huisverbod opgelegd ex art. 2 Wet tijdelijk huisverbod n.a.v. bewezenverklaarde mishandeling. ’s Hofs oordeel dat het OM het recht tot strafvervolging van verdachte niet verliest door de enkele omstandigheid dat i.v.m. hetzelfde feit een huisverbod is opgelegd, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin ontoereikend gemotiveerd. Een vergelijking met de uitzonderlijke situatie a.b.i. ECLI:NL:HR:2015:434 (alcoholslotprogramma) gaat niet op.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2478
- HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:241
- HR 15 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:405
- HR 15 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:412
- HR 9 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:222
- HR 3 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3205
- HR 6 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2978
- HR 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1807
- HR 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:434
- HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM9102