Conclusie A-G Vlas 27 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1174
Prejudiciële vragen in Caribische zaak (art. 1b Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Verkrijging van Nederlanderschap door erkenning in 1990 in het buitenland door gehuwde man (art. 4 (oud) RWN)? Erkenning in Sint Maarten van buitenlandse erkenning? Betekenis van art. 8 EVRM voor ongeclausuleerd erkenningsverbod van art. 330 lid 1, onder b, BWNA (oud). Tijdstip waarop erkenning van kind rechtsgevolgen sorteert. Stelsel van de RWN en rechtsvormende taak van de Hoge Raad.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:942
- Rb. Noord-Holland 28 december 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:10882
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:293
- Rb. Den Haag 13 oktober 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:12511
- Rb. Den Haag 9 oktober 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:12751
- HR 2 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX6962
- HR 28 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9237
- HR 27 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5109
- HR 31 januari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0493
- HR 10 november 1989, ECLI:NL:HR:1989:AC1689