Conclusie A-G Harteveld 3 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:107

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op onroerende zaken van BV i.h.k.v. ontnemingszaak tegen (indirect) bestuurder/enig aandeelhouder. B.V. n-o verklaard in klaagschrift, nu dit niet is ingediend binnen 3 maanden na onherroepelijk geworden uitspraak in ontnemingszaak tegen bestuurder/enig aandeelhouder. Art. 552a.3 Sv. Geen verontschuldigbare termijnoverschrijding. Casus: Op 3-4-2008 is beslag gelegd op registergoederen, waarna op 27-5-2011 onherroepelijk uitspraak is gedaan in ontnemingszaak. Op 20-1-2015 is namens klaagster een klaagschrift ingediend. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG kan het middel niet tot cassatie leiden. CAG: ’s Hofs oordeel dat klaagster reeds op 3-4-2008 op de hoogte was van beslagleggingen, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Beslissing tot strafrechtelijke inbeslagname van registergoederen is immers op die datum overeenkomstig toepasselijke bepalingen uit Rv rechtsgeldig betekend aan bestuurder/enig aandeelhouder. P-v van inbeslagneming is ingeschreven in openbare registers. Uitspraken Hof in strafzaak en ontnemingszaak tegen bestuurder/enig aandeelhouder zijn op tegenspraak gewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken