Conclusie A-G Knigge 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:603

Afwijzen getuigenverzoek. Het Hof heeft door het bij appelschriftuur gedane en ttz. in h.b. gehandhaafde verzoek X als getuige te horen af te wijzen omdat het dit verzoek onvoldoende onderbouwd achtte en verdachte door die afwijzing niet in zijn verdediging is geschaad de juiste beoordelingsmaatstaf aangelegd, terwijl diens oordeel voorts niet onbegrijpelijk is, mede in aanmerking genomen hetgeen door de verdediging aan dat verzoek ten grondslag is gelegd. De omstandigheid dat de voorzitter van het Hof voorafgaand aan de tz in hb ex art. 263.4 Sv de oproeping van deze getuige heeft bevolen, noopte het Hof niet tot een ander oordeel of een nadere motivering van zijn beslissing. Daarbij is van belang dat de beslissing van de voorzitter a.b.i. art. 263.4 Sv – gelet ook op de wetsgeschiedenis – moet worden aangemerkt als een beslissing die slechts strekt ter voorbereiding van de tz., waartegen geen rechtsmiddel is opengesteld en waarmee is beoogd nodeloos verlies aan zittingscapaciteit tegen te gaan zonder de voorzitter daarbij aan een bepaalde beoordelingsmaatstaf te binden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken