HR 29 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6731

OM-cassatie. Art. 137c Sr. Art. 10 EVRM. Ten aanzien van de uitlating “sinds de nazi-tijd is het niet echt cool om negatieve dingen te zeggen over joden, maar soms snap ik best hoe het in 1937 allemaal zo ver heeft kunnen komen” heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte deze zinsnede heeft opgenomen als openingszin in een column die verdachtes persoonlijke ervaringen tot onderwerp had. In dat verband heeft het Hof overwogen dat een column veelal het karakter heeft van een korte, betrekkelijk oppervlakkige en enigszins ironische beschouwing waarbij overdrijving niet wordt geschuwd en die bovendien provocerend en choquerend kan zijn. Het Hof heeft geoordeeld dat in casu weliswaar sprake is van een choquerende zinsnede, maar dat de verdachte deze in zijn column heeft opgenomen met de duidelijke bedoeling om voor het te behandelen onderwerp extra aandacht te verkrijgen. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat de uitlating “op zichzelf beschouwd beledigend is voor Joodse mensen” en zonder twijfel shockerend (is)”, maar dat “gelet op het onderwerp van de column, de context waarin de uitlatingen zijn gedaan in het licht van dat onderwerp, column en inhoud van de column” niet kan worden gezegd dat die uitlatingen nodeloos grievend was. Het Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de verdachte met deze uitlating niet de grenzen van hetgeen in het licht van het in art. 10 EVRM gegarandeerde recht op vrijheid van meningsuiting toelaatbaar moet worden geacht heeft overschreden, en dat die uitlating -gelet op de omstandigheden van het geval- niet als “beledigend jegens een groep mensen wegens hun ras” als bedoeld in art. 137c.1 Sr kan worden aangemerkt. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Het Hof heeft ten aanzien van de uitlatingen “maar de afgelopen maanden heb ik meerdere malen gemerkt dat ik bij conflicten altijd aan de kant van de niet-Jood sta” en “misschien moet ik dus niet alle joden door de mangel halen, omdat het me vooral om de ziekmakende Israëliërs gaat, maar eerlijk is eerlijk: uiteindelijk kunnen we ze allemaal terug leiden naar het heilige land” - geoordeeld dat die uitlatingen noch op zichzelf, noch naar de context beschouwd, beledigend zijn voor Joodse mensen omdat niet kan worden gezegd dat “zij Joden in discrediet brengen of de eigenwaarde van Joden als groep aantasten.” Dat oordeel is, verweven als het is met een aan het Hof als feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval, niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen