Conclusie A-G Harteveld 8 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2737
Horen getuige met gesloten deuren en buiten aanwezigheid van verdachte en raadsman. HR: Het Hof heeft de bevoegdheid op de gronden als vermeld in art. 269.1 Sv te bevelen dat een gedeelte van de behandeling van de zaak met gesloten deuren plaatsvindt. De wet voorziet echter noch in die bepaling noch in de bepalingen betreffende het ttz. horen van getuigen (art. 292 t/m 297 Sv) in een zo ver strekkende beperking van de openbaarheid dat voormeld horen van de getuige buiten aanwezigheid van de raadsman van de verdachte kan geschieden. ’s Hofs oordeel dat het bevoegd was te bevelen dat het verhoor van de getuige buiten aanwezigheid van de raadsman van verdachte zou plaatsvinden, getuigt derhalve van een onjuiste rechtsopvatting.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:473
- HR 16 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6918
- HR 9 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1332
- HR 9 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2761
- Conclusie A-G Wortel 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE2761
- HR 19 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8700
- HR 6 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5128
- HR 4 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5346
- HR 21 oktober 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9530