HR 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:473
Horen minderjarige getuige met gesloten deuren, art. 269 (oud) Sv. Het p-v tz. houdt in dat het Hof heeft bevolen dat de behandeling tijdens het verhoor van de minderjarige getuige zal plaatsvinden met gesloten deuren. Met zijn overweging dat het Hof het van belang acht aan - de eerder door politie en RC gehoorde - getuige aanvullende vragen te stellen en dat tijdens haar verhoor beide ouders de zittingszaal moesten verlaten, heeft het Hof als reden voor voornoemd bevel kennelijk tot uitdrukking gebracht dat dit bevel wordt gegeven omdat zowel het belang van de minderjarige getuige als het belang van de waarheidsvinding sluiting der deuren eiste. V.zv. het middel klaagt over het ontbreken van een met gewichtige redenen omkleed bevel, mist het feitelijke grondslag. V.zv. het middel erover klaagt dat het horen van de procespartijen door het Hof achterwege is gebleven kan het niet tot cassatie leiden bij gebrek aan belang aangezien blijkens het p-v de procesdeelnemers tegen het bevel niet zijn opgekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl