Conclusie A-G Vegter 6 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2320

Aangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR. De opvatting dat een aangifte die is gedaan n.a.v. ‘fictieve’ handel teneinde ten onrechte teruggaven van omzetbelasting te bewerkstelligen niet heeft te gelden als een bij de belastingwet voorziene aangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR omdat zo een aangifte niet ertoe kan strekken dat te weinig belasting wordt geheven is onjuist. Blijkens de wetsgeschiedenis is de strekking dat te weinig belasting wordt geheven niet beperkt tot de heffing ten laste van degene die zelf de verboden gedraging heeft verricht, maar dat beslissend is of die gedraging – i.c. het ten onrechte claimen van belastingteruggaven – naar haar aard in het algemeen geschikt is om teweeg te brengen dat (in rekenkundige zin) onvoldoende belasting wordt geheven, vgl. HR 26 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2493.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken