Conclusie A-G IJzerman 17 augustus 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1702

Over het jaar 2008 heeft de Inspecteur aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Op 19 december 2011 heeft de Inspecteur een controleonderzoek aangekondigd bij belanghebbende en enige van zijn vennootschappen over de jaren 2006 en volgende. In dat kader heeft de Inspecteur aan belanghebbende verzocht (kopieën van) documenten over te leggen. Nadat belanghebbende had geweigerd bepaalde documenten aan de Inspecteur te verstrekken, heeft de Inspecteur op 20 april 2012 een informatiebeschikking genomen waarin wordt gesteld dat belanghebbende in verband met het boekenonderzoek naar de aanvaardbaarheid van zijn aangiften inkomstenbelasting over (ruim geformuleerd) de jaren 2006 en volgende, niet heeft voldaan aan zijn inlichtingenverplichtingen ingevolge artikel 47 AWR. Volgens mededeling van de Inspecteur is de informatiebeschikking ook genomen met het oog op eventueel op te leggen navorderingsaanslagen. In hoger beroep heeft het Hof de Inspecteur in het gelijk gesteld en aan belanghebbende opgedragen binnen een termijn van acht weken alsnog te voldoen aan de in de informatiebeschikking gestelde vragen en verzoeken. Tegen die Hofuitspraak komt belanghebbende thans op in cassatie. Belanghebbende heeft ook bezwaar gemaakt tegen de aanslag IB/PVV 2008. Daarop heeft de Inspecteur een afwijzende uitspraak gedaan op 27 april 2012; dat is een week na afgifte van de informatiebeschikking. In de Hofuitspraak wordt overwogen dat met betrekking tot de aanslag IB/PVV 2008 tussen partijen alleen in geschil is of een weiland aan de overkant van de weg een aanhorigheid kan zijn die dienstbaar is aan de eigen woning van belanghebbende. Daarop hebben de vragen in de informatiebeschikking geen betrekking, zodat het Hof heeft geoordeeld dat de informatiebeschikking niet kan worden geraakt door de kwestie van de aanhorigheid. Belanghebbende heeft zich in de onderhavige procedure tegen de informatiebeschikking daarentegen op het standpunt gesteld dat het feit dat de Inspecteur uitspraak heeft gedaan op het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2008 vóórdat de informatiebeschikking onherroepelijk is geworden, tot gevolg heeft dat de informatiebeschikking in zijn geheel is komen te vervallen. Dit standpunt baseert belanghebbende op artikel 52a, lid 3, AWR dat luidt: Indien de inspecteur een aanslag, navorderingsaanslag of naheffingsaanslag vaststelt of een beschikking neemt voordat de met betrekking tot die belastingaanslag of beschikking genomen informatiebeschikking onherroepelijk is geworden, vervalt de informatiebeschikking. Voorts verlangt belanghebbende dat aan hem als op de zaak betrekking hebbende stukken zullen worden overgelegd het controledossier en een intern memorandum van het boekenonderzoek, waarop de Inspecteur zich kennelijk heeft gebaseerd. Een en ander om belanghebbende in staat te stellen de proportionaliteit en redelijkheid van de informatiebeschikking en de daarin genoemde informatieverzoeken te beoordelen. Op het laatste ziet het derde middel. De A-G merkt op dat belanghebbende gemotiveerd heeft gesteld dat de Inspecteur het interne memorandum en het controledossier heeft gebruikt bij het vaststellen van de informatiebeschikking c.q. het doen van uitspraak op bezwaar, althans dat die stukken van enig belang kunnen zijn (geweest) voor de besluitvorming in zijn zaak. Het komt de A-G voor dat die stukken daarvan uitgaande in de beroepsfase als op de zaak betrekking hebbende stukken moeten worden aangemerkt, althans moeten worden overgelegd aan de rechter teneinde dat te beoordelen. Aldus slaagt het derde middel dat, naar de A-G meent, vragen aan de orde stelt welke voor de praktijk van belang zijn. Naar aanleiding van het eerste middel merkt de A-G het volgende op. Het wettelijke stelsel houdt in dat een fiscale procedure over de juistheid van een bepaalde informatiebeschikking en de daarmee samenhangende omkering van de bewijslast, voorafgaat aan de vaststelling van met die informatiebeschikking verband houdende belastingaanslagen en beschikkingen. Het systeem houdt in principe in dat de inspecteur moet wachten met de vaststelling van gerelateerde belastingaanslagen totdat de informatiebeschikking onherroepelijk is geworden. Dat kan veel tijd vergen, reden waarom in artikel 52a, lid 3, AWR is bepaald dat de termijnen voor op te leggen aanslagen, navorderingsaanslagen en naheffingsaanslagen, alsmede te nemen beschikkingen worden verlengd totdat de informatiebeschikking onherroepelijk is geworden of wordt vernietigd. De inspecteur behoudt niettemin de mogelijkheid om een desbetreffende aanslag op te leggen of een beschikking, zoals een uitspraak op bezwaar, te nemen voordat een daarmee samenhangende informatiebeschikking onherroepelijk is geworden. Dat leidt ertoe dat ingevolge artikel 52a, lid 3, AWR de informatiebeschikking van rechtswege vervalt, zodat ten aanzien van die aanslag of beschikking geen omkering van de bewijslast kan intreden wegens schending van een in de vervallen informatiebeschikking genoemde informatieverplichting. De A-G ziet noch in de wettekst noch in de wetsgeschiedenis reden om, zoals het Hof heeft gedaan, ook een materiële toetsing te gaan aanleggen door in zijn beoordeling te betrekken of de vragen die hebben geleid tot de informatiebeschikking betrekking hebben op de kwestie die in geschil was blijkens de uitspraak op bezwaar. Het eerste middel slaagt. Het tweede middel slaagt volgens de A-G ook. Het Hof heeft reeds bij voorbaat (subsidiair) geoordeeld dat voor zover de informatiebeschikking al betrekking zou hebben op de uitspraak op het bezwaar inzake de aanslag IB/PVV 2008, dat geen gevolgen zou kunnen hebben voor de geldigheid van de informatiebeschikking voor de andere jaren, 2006 en volgende, waarop deze informatiebeschikking ook betrekking heeft. Volgens de A-G biedt de voorliggende wettelijke regeling niet de mogelijkheid dat een informatiebeschikking gedeeltelijk vervalt. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden verklaard, met vernietiging van de informatiebeschikking.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken