Conclusie A-G Bleichrodt 9 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1474
1. Una via beginsel. Art. 243.2 Sv. Art. 5:44 Awb. De klacht berust op de opvatting dat het ‘una via-beginsel’ a.b.i. in art. 243.2 Sv en art. 5:44, eerste lid, Awb in onderlinge samenhang bezien, zo moet worden uitgelegd dat een opgelegde bestuurlijke boete steeds aan een strafvervolging in de weg staat, ook als op het moment waarop de bestuurlijke boete is opgelegd, de strafvervolging reeds is ingesteld en het onderzoek t.t.z. is begonnen. Die opvatting is onjuist. Nu in cassatie als onbestreden vaststaat dat in deze zaak vóór het opleggen van de bestuurlijke boete de strafvervolging is ingesteld en het onderzoek t.t.z. is begonnen, faalt de klacht. 2. Slagende bewijsklacht medeplegen. 3. Slagende bewijsklacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:718
- Hof 's-Hertogenbosch 17 februari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:481
- HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474
- HR 1 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:817
- HR 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2954
- HR 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2472
- HR 24 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6581
- HR 27 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG3502
- HR 30 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD4878
- HR 13 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8484
- HR 29 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1362