Conclusie A-G Niessen 27 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:338
Belanghebbende heeft een afgebrande woning gekocht met het oog op herstel. Toen bleek dat herstel niet meer mogelijk was is belanghebbende gestart met sloophandelingen met de bedoeling om op het perceel een nieuwe woning te bouwen. In geschil is of sprake is van een ‘woning in aanbouw’ als bedoeld in artikel 3.111, lid 3, Wet Inkomstenbelasting 2001 zodat de financieringskosten in aftrek kunnen worden genomen in box 1. De Rechtbank was van oordeel dat vanwege de voorbereidingshandelingen die belanghebbende had verricht teneinde de bouw van een nieuwe woning op het betreffende perceel te realiseren, sprake was van een woning in aanbouw. De woorden ‘in aanbouw’ impliceren naar het oordeel van het Hof dat bouwwerkzaamheden zijn begonnen dan wel dat concrete stappen zijn gezet waaruit naar redelijke verwachting valt aan te nemen dat de werkzaamheden op afzienbare tijd gaan beginnen en zullen resulteren in een woning die de belanghebbende binnen twee jaar na het einde van het kalenderjaar als hoofdverblijf in gebruik zal nemen. Het Hof overwoog vervolgens dat de werkzaamheden die belanghebbende in 2001 had verricht vrijwel uitsluitend sloopwerkzaamheden betreffen en dat hij de gestarte herstelwerkzaamheden aan de woning niet heeft voortgezet zodat op grond daarvan niet kan worden gesproken van ‘een in aanbouw zijnde woning’. Het Hof heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. A-G Niessen meent dat drie momenten in principe in aanmerking komen om het startpunt te markeren voor een ‘woning in aanbouw’. Het eerste is dat waarop de belanghebbende de grond verwerft waarop hij voornemens is een woning te bouwen. Het tweede moment is dat waarop niet alleen het oogmerk van de belanghebbende vaststaat, doch ook de grond bouwrijp is en de omgevingsvergunning bouw als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verkregen. De derde mogelijkheid is om aan te sluiten bij de start van de feitelijke bouwactiviteiten, dat wil zeggen zodra wordt aangevangen met heien of het leggen van de fundering. Hoewel de ratio van de regeling, zoals deze volgt uit de parlementaire geschiedenis, aanleiding kan geven om reeds bij optie 1 van een woning in aanbouw te spreken, meent de A-G dat vanwege het gewicht van andere aanwijzingen een andere keuze moet worden gemaakt. Voor optie 3 pleiten het taalgebruik en de aansluiting bij de regelingen in de onroerendezaakbelastingen en de overdrachtsbelasting. Derhalve is sprake van een ‘woning in aanbouw’ zodra wordt aangevangen met het heien of het leggen van de fundering voor het desbetreffende gebouw, aldus de A-G. Ingeval een onbewoonbaar geraakte woning door een belanghebbende wordt gekocht met het oog op herstel van deze woning, is het in optie 3 bedoelde moment gepasseerd en is derhalve sprake van een eigen woning in aanbouw. Zolang iemand grond bezit waarop een – al dan niet onbewoonbaar – pand staat dat hij wenst te slopen met het oog op de bouw van een nieuwe woning, kan van een woning in aanbouw geen sprake zijn. Pas door het slopen en egaliseren verkrijgt de belanghebbende bouwrijpe grond waarop nieuwbouw mogelijk is. Beslissend is het moment waarop wordt gestart met de feitelijke bouwactiviteiten, dat wil zeggen het heien of het leggen van de fundering. Indien na de sloop van een pand de bestaande fundering wordt gebruikt, is de woning in aanbouw vanaf het moment dat de sloop is afgerond. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1434
- HR 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1435
- Conclusie A-G Wattel 26 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:781
- ABRvS 12 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA2986
- Hof Amsterdam 25 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2688
- Hof Den Haag 24 april 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:1688
- Hof Den Haag 24 april 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:1689
- HR 26 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO5028
- Hof 's-Gravenhage 16 maart 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BM1390
- Rb. 's-Gravenhage 15 juli 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3771
- Hof Leeuwarden 3 april 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BI0358
- Rb. Breda 11 maart 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0218
- Conclusie A-G OVERGAAUW 25 januari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BB4400
- Conclusie A-G OVERGAAUW 25 januari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BB4406
- Rb. Leeuwarden 16 november 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:BB8635
- Rb. Haarlem 28 april 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AW7214
- HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU0874