Conclusie A-G Knigge 4 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2259

Valse aangifte. Art. 188 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2011:BR2981 dat voor toepassing van art. 188 Sr voldoende is dat in de aangifte opzettelijk i.s.m. de waarheid, feiten worden meegedeeld in zodanige bewoordingen dat degene aan wie de aangifte wordt gedaan, daaruit moet begrijpen dat op zekere tijd en plaats een bepaald strafbaar feit is gepleegd. Het Hof heeft dit i.c. miskend. De omstandigheid dat verdachte toen zij aangifte deed het - i.s.m. de waarheid - heeft doen voorkomen “alsof zij nooit een relatie met X had gehad en - vanuit het niets - anderhalf jaar gestalkt werd” staat er niet aan in de weg dat daadwerkelijk sprake is geweest van het strafbare feit van belaging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken